Devariem: Mozes als welbespraakt redenaar.

Deze weken lezen we in sjoel uit Devariem, het 5e en laatste boek van de Torah. Over Mozes als leider verscheen indertijd een artikel van de hand van Daniël Beaupain m.m.v. Marga & Henri Vogel in Mantra. De titel: ‘Mozes en Moesar: leiderschap vanuit Joods perspectief’. Wij mogen het nu hier publiceren.

Klik hier om het artikel te lezen.

Vrije keuze

De verzoening van vrije keuze en goddelijke alwetendheid.

door Sarah Jehudit Schneider.

Wij mensen moeten weten dat onze keuzes echt zijn. Dat we geen marionetten zijn. Dat we onze bestemming zelf bepalen. Dat wanneer we worstelen met verleidingen en juiste keuzes maken, we daar lof voor verdienen.

Maar hoe gaat dat samen met geloof in een alwetende God? Want als de Schepper weet wat ik ga kiezen voordat ik er voor kies, dan is mijn keuze duidelijk voorbestemd.

Weten is per definitie – althans volgens de kabbalistische definitie – in staat om het bewustzijn zo diep te integreren dat het tot in het zenuwstelsel doorsijpelt en zelfs de reflexen verandert.

Als HaShem weet wat we gaan kiezen voordat we ervoor kiezen, dan zijn wij (als vonkjes van goddelijkheid) gedwongen om te kiezen in overeenstemming met die voorkennis.

HaShem is voor de schepping zoals de ziel is voor het lichaam [TB Brochot 10a]. Net zoals ons weten tot de daden van ons lichaam dwingt, dwingt het weten van HaShem ook tot de daden van Zijn lichaam … toch is Zijn lichaam (zo gezegd) de schepping, d.w.z. wij.

Dit dilemma komt overeen met de discussie tussen Einstein en de Quantum Mechanica over de voorspelbaarheid van fotonen die door een hindernisbaan worden gestuurd. De Quantum Mechanica hield vol dat je met bijna perfecte nauwkeurigheid de samenvattende resultaten van duizenden gebeurtenissen / fotonen kon voorspellen, maar waar elk individueel foton zou landen … dat was absoluut onvoorspelbaar, en niet vanwege een gebrek aan informatie, maar omdat deze onkenbaarheid is ingebouwd in de structuur van het universum.

Einstein zei: ”Absoluut niet. God dobbelt niet met het universum.”

Hij benadrukte dat het probleem gebrek aan kennis was. Als we alle krachten die op dat foton van invloed zijn zouden kunnen meten, dan zou het mogelijk zijn om de uitkomst van die individuele gebeurtenis te voorspellen met evenveel nauwkeurigheid als de laatste dag.

Een heel slim experiment bewees dat Einstein het verkeerd zag, en dat de Quantum Mechanica gelijk had.

Maar toch, als we het argument van Einstein toepassen op onze paradox van Keuze en Lot, komen we tot een oplossing die vaak wordt aangeboden om ons dilemma op te lossen:

Bij het vervangen van menselijke wezens door de “fotonen” van Quantum Mechanica, wordt beargumenteerd dat aangezien God (per definitie) alle krachten kent die in het spel zijn, hij met 100% nauwkeurigheid zowel onze individuele keuzes als onze collectieve uitkomsten kan voorspellen.

De discussie is deze: aangezien we zelf de ontelbare krachten die onze psyche raken niet eens  kunnen beginnen te begrijpen en die ons in feite (onzichtbaar) dwingen dit of dat te kiezen … dientengevolge ervaren we onze keuze als vrij. Maar, in feite (zegt dit model), is het feitelijk een onontkoombaar gevolg van de krachten die aan het werk zijn (inclusief de Goddelijke voorkennis).

Het probleem van deze oplossing is dat, ten eerste, het argument van Einstein onjuist bleek te zijn.

En ten tweede, als dat waar is, dan is er uiteindelijk geen vrije keuze. Er is de illusie van vrije keuze – een dwingende illusie – maar het is eigenlijk gewoon een fata morgana. En in dat geval, waarom zou een doener van het kwaad moeten lijden voor zijn wandaden aangezien (volgens dit model) HaShem degene was die aan zijn touwtjes trok.

De Talmoed stelt: “Degene die gedwongen wordt te zondigen, is vrij van de juridische consequenties ervan.”

Vanuit dit perspectief zijn noch de positieve, noch de negatieve daden de onze.

Toch is er ook een andere manier om onze paradox op te lossen die de werkelijkheid van vrije keuze vasthoudt zonder het principe van goddelijke alwetendheid te schenden (en dat is ook consistent met het experiment waaruit bleek dat Einstein het verkeerd zag).

De meesten zijn bekend met de kabbalistische leer van tsimtsum (de oorspronkelijke handeling van goddelijke verhulling):

Het verhaal gaat als volgt: vóór het begin was er het Oneindige Licht van God overal. Het was onmogelijk voor werelden om tevoorschijn te komen, want zij konden hun grenzen niet bewaren in het licht van deze almachtige verlichting. Ze zouden onmiddellijk desintegreren zoals een kristallen wijnglas breekt door de impact van water dat uit een brandslang stroomt.

Gods eerste stap was om Zijn Al-Aanwezigheid te verbergen voor een afgebakende ruimte, waardoor er een duistere atmosferische leegte ontstond die nu vrij was om door iets anders te worden gevuld. Deze leeggemaakte ruimte werd de oorspronkelijke baarmoeder voor de ontvouwing van de schepping.

In zijn holle diepten verspreidde HaShem een enkele lichtstraal, waarvan de ontplooiing de geschiedenis en evolutie is van de schepping zoals wij die kennen. Deze oorspronkelijke daad van verhulling wordt tsimtsum genoemd.

Er is niets dat HaShem weerhoudt Zijn aanwezigheid terug te laten schijnen in deze leegte en de schepping terug te draaien tot deze niet meer bestaat. Niets anders dan Zijn wil om de schepping te laten slagen. Meer dan dat HaShem Zijn absolute eenheid wil manifesteren door elk punt van tijd en ruimte te verlichten … meer dan dat, wil Hij dat de schepping haar doel bereikt … het doel dat de handeling van tsimtsum in de eerste plaats motiveerde.

Hij wil dat we de volmaakte eenwording met HaShem verdienen die uiteindelijk alleen maar kan worden bereikt nadat we onze verlangens hebben verfijnd en daardoor het geschenk (en de last) van vrije keuze onder de knie hebben.

Welnu (en hier gaat het om), op dezelfde manier waarop HaShem zijn alomtegenwoordigheid terugtrekt en verbergt om ruimte te creëren voor ons fysieke bestaan, zo trekt Hij zich ook terug en verbergt Hij zijn alwetendheid om ruimte te creëren voor onze vrije keuze.

HaShem is niet wezenlijk beperkt in het weten wat er zal gebeuren voordat het gebeurt (en daardoor zijn ontknoping langs dat pad afdwingt). Maar meer dan dat Hij dit aspect van de schepping wil beheersen, wil Hij dat mensen echte vrije keuze hebben. Het hogere doel van de schepping vereist dat (dit is een les van de Ohr HaChayaim [Gen. 6: 5]), HaShem Zijn da’at (de kabbalistische term voor Zijn alwetendheid) zeker moet kunnen richten op onze beslissingsmomenten, maar in plaats daarvan heeft HaShem besloten niet toe te kijken. Hij wendt Zijn blik af (bij wijze van spreken) tot we kiezen, en reageert dan met voorzienigheid om te verzekeren dat wat we ook kiezen, het ons ten minste een micro stap richting onze uiteindelijke bestemming zal brengen.

Samengevat. Je kunt er niet omheen, als HaShem weet wat we gaan kiezen, dan hebben we geen vrije wil. We hebben de illusie van keuze, maar we worden feitelijk gedwongen door omstandigheden en goddelijke voorkennis om te kiezen zoals we gekozen hebben.

En als we niet echt kiezen, waarom zouden we dan gestraft worden voor slechte keuzes en worden beloond voor goede keuzes? Dan zou het leven een poppenkast worden.

Ohr HaChayim legt uit dat, ja, HaShem zou zeker kunnen weten wat we gaan kiezen voordat we het kiezen. Maar toch, op dezelfde manier als HaShem zich terugtrekt en zijn alomtegenwoordigheid verbergt om ruimte te maken voor ons fysieke bestaan, zo trekt Hij zich terug en verbergt Hij Zijn alwetendheid om ruimte te maken voor onze vrije keuze.

Meer dan dat HaShem Zijn Eenheid door elk moment van tijd en ruimte wil manifesteren, wil Hij dat de schepping haar beloningen verdient door de verlichtende uitdagingen van het meesterschap van vrije keuze.

vertaling van publicatie van ‘a still small voice’ door Henri Vogel

Uit mijn Mussar dagboek

Over Vreugde – Simcha/joy.

De mond gevuld met gelach en de lippen met vreugdekreten, de zin die Alan Morinis ons aanbeveelt bij de mida van joy, is mij te exuberant.

Lees meer

Parasja Tsav over dankbaarheid

Commentaar op de sidra van de week: de betekenis van de dankoffers in de Tempel nader verklaard en hoe door steeds te danken de karaktereigenschap dankbaarheid op te wekken.

Lees meer

Gelijkmoedigheid/Menoechat ha-nefesj

Al een leven lang kom ik mijzelf voor als een wat nerveus, snel afgeleide, vrij vlug ontdane, niet zelden donkerdenkende  persoonlijkheid. Ik miste een dieper gegronde rust.

Lees meer

Overdenking over nederigheid.

De eigenschap die ik in het vizier heb: humility, nederigheid, in het Hebreeuws ‘anava’, is een eigenschap die zo op het eerste gezicht bij het publiek niet lekker scoort.

Lees meer

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?

In Genesis 24 staat het verhaal over de opdracht van Avraham aan zijn ‘hofmeier’ Eliëzer om een vrouw te zoeken voor zijn zoon Jitschak.

Wat is belangrijker, deugd of afkomst? 

door Rob Cassuto Lees meer

In Pursuit of Silence.

door Dick Hage.

 

Deze week concentreerde ik mij op de mida ‘Stilte’. Ik kwam een film tegen die over stilte gaat. De link naar de film ‘In Pursuit of Silence’ wil ik graag met je delen:

http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/388133/Bodhitv.html

Twee muzikale hoogtepunten.

door Rob Cassuto.

Wanneer ik denk aan muziek in mijn leven, dan springen er twee muzikale hoogtepunten in mijn herinnering. Door de bril van Mussar denk ik dat ze te maken hebben met een basale ontroering, die ligt tussen Vreugde (simcha) en Ontzag (jira).

Liggend op mijn bed op mijn allereerste kamer, na een werkdag in mijn allereerste baan,  luisterde ik vaak naar ‘Bringing it all back home’, de eerste LP, die ik van Bob Dylan had gekocht. Dat was in 1965. Hij begon met ‘Hey ! Mr Tambourine Man, play a song for me, I’m not sleepy and there is no place I’m going to’. het overbekende nummer van de grote bard. Net als de zanger had ik  ‘nowhere to go’, nergens om naar toe te gaan en ook ik had het verlangen ‘om te dansen onder een diamanten hemel met één hand vrij wuivend, met de zee als achtergrond en omcirkeld door circuszand, niet meer denkend aan de dag van morgen’. Na dat nummer klonk de ‘Gates of Eden’ , Samen met Bob speculeerde ik over wat er achter ligt, achter de poorten van Eden. Helemaal voelde ik de diagnose van zelf en samenleving mee, die hij  in het onovertroffen ‘It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)’ op funky country akkoorden de wereld inslingerde. Neem nou: ‘hij die niet bezig is geboren te worden is bezig te sterven’ en ‘je voelt de pijn, maar niet zoals vroeger ontdek je nu dat je niet de enige bent die huilt’; ’je hoeft niet heel ver te kijken om te zien dat niet veel heilig is’ en ‘hoewel de bazen de regels maken voor de wijzen en de dwazen, heb ik niets, ma, om me aan vast te houden’. Observaties die resoneren, nog steeds eigenlijk.

Dylan is joods, maar met dat joodse was ik toen niet bezig. Veel later wel. Sinds inmiddels vele jaren zing ik eens per jaar samen met mijn Joodse gemeente tijdens de Hoge Feestdagen het smeekgebed Avinoe Malkenoe, een van de hoogtepunten in de dienst. De laatste regel is het meest bekend en wordt in vele uitvoeringen ook afzonderlijk gezongen: Avinoe Malkenoe, choneenoe wa’aneenoe kie één banoe ma’asiem, asé iemanoe tsedaka wachesed wehosjie’eenoe: “Onze Vader, onze Koning, wees ons genadig, verhoor ons, wij hebben geen daden waarop wij ons beroepen kunnen, maar toch, doe ons recht en toon genade en redt ons.” Gedragen door de aangrijpende melodie staan wij daar dan – opeens zo naakt en klein tegenover het allergrootste. En het komt dan voor, dat ik dan tranen voel branden en me toch gelukkig voel. Wat in de melodie en de tekst raakt is iets  als de ervaring, dat het kleinste, het intiemste  en het grootste in ons allen op dat moment  (bijna) samenvalt.

De bekendste versie van Avinoe Malkenoe is die van Barbra Streisand, maar beluister ook de twee prachtige versies (o.a. die van Lior) waarin  de melodie wordt gezongen, zoals wij die zingen in onze synagoge, op mijn website opgenomen: http://www.robcassuto.com/jomkipoer.html#av

Tweelingbroers (deel 3). Naar verzoening.

Het verhaal is een bewerking van de geschiedenis van Jacob en Esau (Sjemot/Genesis 25:20 ev), nu geplaatst ergens in de 19e eeuw. De universaliteit van het verhaal komt daardoor meer naar voren. De nadruk valt op de ommekeer van Jacob (geest), die zijn misleidingen onder ogen ziet, de angst voor het geweld van zijn broer (lichaam) onder ogen ziet en tenslotte komt tot verzoening.

De vorige afleveringen gemist?

Het eerste deel: klik hier

Het tweede deel: klik hier.

Deel III. Naar verzoening.

door Rob Cassuto

 

Jaco schreef bij het sober ontbijt een brief aan zijn broer, waarin hij bekende tekort te zijn geschoten in eerlijkheid , hij betuigde zijn spijt en hij bood hem voor tien jaar de helft van de inkomsten van het landgoed aan, de opbrengst van de pacht, de helft van de oogst van de boomgaarden en de helft van het nieuw geboren vee. Hij schreef met vertrouwen de ontmoeting tegemoet te zien. Per ijlbode liet hij de brief bezorgen.

Zelf ging hij ook op stap. Met kalme en stevige tred ging hij op weg naar de herberg in het naburige dorp om zijn broer Edo te ontmoeten. Wel liep hij een klein beetje mank, want hij had zijn heup wat ontwricht tijdens de worsteling, maar dat voelde als een ereteken.

Tegen twaalven kwam Jaco aan bij het dorp, dat eigenlijk niet meer was dan een lang lint van huizen langs de landweg. In de verte zag hij een man hem tegemoet komen. Het was Edo. Jaco hield stil. Zodra Edo zijn broer in het vizier kreeg begon hij te rennen. Jaco wist niet wat hij kon verwachten, je wist het bij Edo nooit… Toen Edo bij hem was nam hij zijn broer in een stevige omhelzing  en kuste hij hem op de wangen.

– Goed je te zien, broer, zei Edo.
Ze keken elkaar aan.
– Blij je te ontmoeten, zei Jaco, je ziet er goed uit.
Ze hadden allebei een brok in de keel en veegden een traan weg.
– Dat voorstel van jou, over de helft van de opbrengst, dat hoeft niet. Ik heb genoeg, zei Edo.
– Ik ben bang voor je geweest, zei Jaco.
– En ik boos, zei Edo, razend zelfs. Maar het was vannacht of een engel bij mij op visite is geweest, die de woede uit mijn donder heeft getrokken. Het deed pijn, maar het luchtte op.  Ik heb je vaak lelijk behandeld.
– Laten we in de herberg een kop thee pakken, zei Jaco.
– Misschien kunnen we wat voor elkaar betekenen, zei Edo. Het landgoed kan proviand voor de kazerne leveren en het garnizoen kan het landgoed beschermen. Overal trekken tegenwoordig roversbenden rond.


De soul traits die in dit verhaal aan de orde zijn gekomen zou je kunnen aanmerken als eerlijkheid (emmet) en moed (gewoera) in een proces van tesjoeva.