Commentaar op parasja Re’eh

“Doen jullie niet wat we hier allemaal gewoon zijn te doen: iedereen wat in zijn ogen het beste is.”

door Rabbijn Eric Gurvis.

Toen ik parasja Re’eh las en bestudeerde, trok één enkel vers mijn aandacht, in tegenstelling tot de bredere context waarin het vers ligt. In Deuteronomium 12:8 lezen we:

“Doen jullie niet wat we hier allemaal gewoon zijn te doen: iedereen wat in zijn ogen het beste is.”

Laat het duidelijk zijn, het is een beetje oneerlijk om dit vers volledig uit zijn context te halen ten opzichte van zijn betekenis in de context. Mozes instrueert de Israëlieten dat ze de praktijken van de volkeren die ze in het Land van Israël zullen aantreffen, niet mogen kopiëren, en evenmin mogen ze de geboden alleen maar naar eigen goeddunken uitvoeren. In plaats daarvan moeten ze Gods wet volgen, zoals onderwezen in de Torah. Maar terwijl ik dit vers las, kon ik niet anders dan denken aan de echo van het gebod “doe niet jegens anderen wat we zelf willen” in de context van de gecompliceerde tijd waarin we leven, en door een Mussar-lens kijkend.

Tot mijn verbazing ontdekte ik bij het doorzoeken van talloze Mussar-teksten en commentaren dat de meeste Ba’alei Mussar dit vers gewoon zonder commentaar overslaan. Toch kon ik me niet voorstellen dat er in deze woorden geen les van Mussar voor ons zou zitten. Dus ik bleef zoeken. Hoewel ik “de voltreffer” die ik zocht niet vond, vond ik zeker wat lekach / take-away voor onze Mussar-oren en -zielen. Veel van wat ik vond kwam uit Pele Yoetz van Rav Eliezer Papo.[1] Hij raakt het concept van een individu die doet wat juist is in zijn eigen ogen een aantal keren aan terwijl hij verschillende middot toelicht.

In zijn hoofdstuk over Kavod / Eer leert Rav Papo: “een persoon moet elk individu het voordeel van de twijfel geven. Een persoon doet wat goed is in zijn ogen – naar de mate van zijn begrip. “[2] Door deze realiteit te accepteren, kunnen we anderen gunstig beoordelen, zelfs als datgene wat ze doen in onze ogen misschien niet ‘juist’ lijkt. Ik heb verder stukjes van Rav Papo’s hoofdstuk over Choseyr / Imperfectie bestudeerd, waarin het negatieve aspect van dingen die ‘goed’ zijn in onze eigen ogen wordt benadrukt:

Er is niemand die niet een of andere onvolmaaktheid in karakter of intellect heeft – “… elke persoon kan bedrieglijk zijn.” (Psalm 116:11) Net zoals het onmogelijk is om graan te hebben zonder stro en hout zonder rook, zo is er ook niemand die geen fout maakt. Er is niets perfect in de wereld behalve “de Rots, Wiens daden volmaakt zijn, omdat al Gods wegen rechtvaardig zijn.” [3] Daarom moet een persoon een andere persoon die een gebrek heeft niet veroordelen, want ook jij hebt onvolkomenheden. . . Een mens ziet zijn eigen schuld niet. Het is mogelijk dat hun falen als groter wordt beschouwd dan dat van een ander. . . Iedereen heeft de plicht om na te denken, te begrijpen en te beseffen wat ze missen. Als ze het zelf niet begrijpen, moeten ze luisteren naar gedegen advies door naar wijze mensen te gaan en wijzer te worden. . . Zelfs als het niet in iemands geest wordt geregistreerd, en iemands pad in hun eigen ogen oprecht lijkt, moeten ze de waarheid van anderen accepteren. . . Ze moeten werken om hun manieren, gewoonten en acties van dag tot dag te verbeteren totdat ze het niveau van perfectie bereiken waartoe ze in staat zijn.

Dit is een van de redenen waarom we het Mussar-pad bewandelen met chevruta / een studiepartner, en als onderdeel van een Va’ad, in wezen een Mussar-gemeenschap. We moeten onze wereld, ons leven en onze middot niet uitsluitend vanuit ons eigen perspectief begrijpen. We moeten putten uit chochma/wijsheid en het perspectief van anderen. Dit is een deel van wat ik zo leuk vind aan mijn verschillende chevruta-ervaringen, evenals de Va’adim waarvan ik het voorrecht heb deel uit te maken.

Maar daar stopt Rav Papo niet!

Het vermogen tot kwaad van de mensheid op aarde is wat koning Salomo bedoelde toen hij zei: “Alle wegen van een persoon kunnen in hun eigen ogen goed lijken.” [5] Koning Salomo zei ook: “Als je een persoon ziet die alleen in zijn eigen ogen wijs is, dan is er meer hoop voor een dwaas dan voor zo iemand.”[6] Daarom zal iemand die een compleet leven wenst niet alleen op zijn eigen inzichten vertrouwen. Ze zullen hun wil en begrip moeten temperen naast de wil en het begrip van anderen die hen leren hoe ze zich kunnen verbeteren.[7]

In de context van onze parasja instrueert Mozes de Israëlieten dat ze zich moeten houden aan Gods leringen. Als ze zich eenmaal in het Land hebben gevestigd, moeten ze als het ware het programma volgen, dat betrekking heeft op waar, wanneer en wat ze als offeranden aan God mogen brengen. Maar als ik het vers in onze tijd lees, denk ik dat het buiten de Deuteronomische context van toepassing is. In een tijd van diepe verdeeldheid en grote lacunes in gemeenschappelijk begrip, kunnen ook wij niet alleen doen wat alleen in onze eigen ogen goed lijkt. Ook wij moeten, in overeenstemming met de instructies van Rav Papo, ernaar streven ons best te doen, inclusief Kavod / eer voor anderen; dan l’khaf zechut / anderen gunstig beoordelen; en het herkennen en aanpakken van onze eigen onvolkomenheden. We moeten de raad van anderen zoeken en openstaan ​​voor de wijsheid van degenen die ons zijn voorgegaan. Dit vereist aandacht voor de middah van anavah / nederigheid. Ik kan niet leven in overeenstemming met de leringen van onze Mussar-traditie over anavah als ik mijn oordelen en acties alleen baseer op wat goed is in mijn eigen ogen. In onze tijd leven velen uitsluitend op basis van wat goed is in hun eigen ogen, zonder rekening te houden met anderen en de wereld om hen heen. Mogen we deze Shabbat en ons deel gebruiken om ons perspectief te verbreden, chochma te zoeken buiten onze eigen geest en onze eigen nesjamot.

[1] Rabbi Eliezer Papo (1785-1828) was de rabbijn van de gemeenschap van Silistra in Bulgarije (toen onderdeel van het Ottomaanse rijk). Hij staat bekend om het schrijven van de Pele Yoetz, een werk van mussar dat advies geeft over hoe je je als jood moet gedragen in vele aspecten van het leven.

[2] Pele Yoetz, hoofdstuk 184

[3] Deuteronomium 32:4

[4] Pele Yoetz, hoofdstuk 143

[5] Spreuken 21:2

[6] Spreuken 26:12

[7] Pele Yoetz, hoofdstuk 143

VOOR FOCUS

1. Kan ik een recent voorbeeld bedenken waarin ik een situatie of relatie alleen benaderde op basis van wat goed was in mijn eigen ogen?

2. Hoe had ik mijn middot kunnen gebruiken om mijn perspectief te verbreden?

3.Op welke middot zou ik in mijn leven een beroep kunnen doen om dat perspectief te verbreden?

4. Is er een situatie of relatie waarin ik dit de komende week kan toepassen?

RABBI ERIC GURVIS is directeur van Chaverim en Outreach bij The Mussar Institute. Hij is afgestudeerd aan SUNY-Albany en werd gewijd aan het Hebrew Union College Jewish Institute of Religion in New York. Eric heeft gemeenten in New York City gediend; Jackson, MS; Teaneck, NJ; Newton, MA; en is momenteel de rabbijn van Sha’arei Shalom in Ashland, MA.

Eric faciliteert Mussar-groepen in de regio Greater Boston en in West-Massachusetts. Hij en zijn vrouw, Laura Kizner Gurvis, zijn gezegend met vier kinderen, drie kleinzonen en een kleindochter.

Alles is voorzien en toch wordt er vrijheid van keuze gegeven.

Pirkei Avot 3, 19.

Rabbijn Akiva placht te zeggen: “Alles is voorzien en toch wordt er vrijheid van keuze gegeven”

De Tashbatz legt uit dat hoewel ieder mens is geschapen met specifieke eigenschappen en neigingen, het aan ieder van ons is om te beslissen hoe hij die inherente neigingen gaat kanaliseren. Chazal beweert (Sjabbat 156a) dat iemand die geboren is tijdens de heerschappij van de Mazal van Maadim onveranderlijk bloed zal vergieten. Toch is het aan ieder om te beslissen hoe hij die neiging wil sturen. Hij kan ervoor kiezen om een ​​mohel, een shochet, een aderlater of een moordenaar te worden. Dus hoewel voorzien is dat zo’n persoon bloed zal vergieten, heeft hij niettemin de vrijheid om te beslissen onder welke omstandigheden hij dat zal doen.

Rav Wolbe legt uit (Alei Shur vol. II p. 40) dat de opties die de Gemara noemt voor het kanaliseren van iemands neigingen het scala aan mogelijke activiteiten omvat. Een mohel is betrokken bij een van de meest verheven mitswot, terwijl de moordenaar zichzelf verontreinigt met een zeer afschuwelijke misdaad.

In dezelfde geest schrijft de Rambam (Pirkei Hatzlacha) dat iemand die zichzelf wil perfectioneren een niveau kan bereiken dat dicht bij het niveau van Moshe Rabbeinoe ligt, en iemand die denkt tekortkomingen te hebben, kan een niveau bereiken dat dicht bij het niveau van Yeravom ben Nevat ligt. (een koning van Yehudah die afgodenaanbidding verspreidde onder de Joodse Natie). De mens heeft keuzevrijheid die hem op het hoogste of laagste spirituele niveau kan brengen. Maar spirituele grootsheid wordt niet bereikt door een eenmalige keuze om goed te zijn, het vereist eerder een constante bechira van dag tot dag om te doen wat juist is.

Rav Wolbe citeert Rav Dessler’s kuntress ha’bechira (Michtav M’Eliyahu vol. I p. 113) waarin hij verduidelijkt dat hoewel een persoon elke dag ontelbare beslissingen neemt, hij in werkelijkheid zijn bechira slechts voor een paar van die beslissingen uitoefent. Dit komt omdat de meeste beslissingen worden gedicteerd door opvoeding of aard. Voor sommigen is het bijvoorbeeld een tweede natuur om het licht niet aan te doen op Sjabbat en wordt het spreken van lasjon hara niet als een overtreding gezien. Geen van beide komt dus voort uit een bewuste daad van bechira. Een persoon gebruikt zijn keuzevrijheid alleen bij een specifieke nekudas habechira, d.w.z. in een situatie waarin wat hij weet wat juist is, botst met wat hij zich voorstelt en wenst wat juist zou zijn, maar diep van binnen echt weet dat het niet waar is. In een dergelijke situatie krijgt de mens de vrije hand om te beslissen of hij zijn jetzer hatov of zijn jetzer hara zal volgen.

Echter, iemands nekudas habechira staat niet stil. Het concept dat “één mitswa leidt tot een andere mitswa” (Avos 4:2) beschrijft een conditioneringssituatie waardoor een persoon gewend raakt aan de uitvoering van een mitswa. De jetzer hara zal nu stoppen met proberen hem over te halen om die mitswa te negeren, omdat het niet langer een uitdaging voor hem is om de verleiding te overwinnen. De persoon kan nu verder komen op het spirituele slagveld en beginnen met het veroveren van voorheen onbereikbare gebieden naarmate hij vordert in zijn avodas Hashem.

Onze misjna vertelt ons dat hoewel alles voorzien is, elke persoon bechira heeft. De mens is op aarde geplaatst om het goede te kiezen, en daarom is bechira niet alleen zijn grootste verantwoordelijkheid, het is ook zijn grootste kans om eeuwige beloning te ontvangen.

Een praktische suggestie om dit idee uit te voeren: Zoek uw nekudas habechira in één enkel gebied waar u aan wilt werken. Als u het specifieke punt kunt lokaliseren waar u uw bechira daadwerkelijk moet gebruiken, zal dit een stimulans voor u zijn om de volgende keer dat het scenario zich voordoet, de juiste keuze te maken.

Artikel van ‘Baishamussar’, vertaald door Henri Vogel.

Actief luisteren met een Mussar-focus

door Avi Fertig

Het Hebreeuwse woord Shema, “horen”, “luisteren”, weergalmt in onze oren. Het centrale gebed van de joden door de jaren heen is altijd geweest:

Shema Yisrael Ado-nai Elo-heinu Ado-nai Echad

Hoor, o Israël, HaSjem is onze God, HaSjem is één!

Horen is een fysiologische en onvrijwillige handeling; luisteren is iets anders. Luisteren betekent de geest openstellen om in het bewustzijn te registreren wat de geluidsgolven via het oor overbrengen. Het betekent je erin verdiepen om de betekenis van de geluiden uit te pakken. Door de Mussar-focus is actief luisteren meer dan een specifieke midah, maar is het een kwaliteit die door de Mussar-meesters wordt benadrukt als essentieel op alle gebieden van onze spirituele groei.

We beseffen gemakkelijk het belang van deze kwaliteit in onze relatie met anderen. Effectieve communicatie is de basis van interpersoonlijke relaties en vereist een goede luisteraar. Effectieve communicatie vereist het terugkoppelen van uw begrip en gevoelens en controleren of u het goed heeft begrepen. Nederigheid is vereist om vooral te luisteren naar iets dat we niet willen horen. Luisteren hangt af van het geduld opbrengen om elk woord in de volgorde te horen en om snelle oordelen uit te stellen totdat je de ware boodschap kunt beoordelen.

Maar vanuit een Mussar-perspectief is de kwaliteit van actief luisteren een basis voor al het leren en voor alle gebieden van het spirituele leven. De hierna volgende les van Rabbeinoe Yonah somt acht stadia van het leren van Mussar op en zijn allesomvattende boodschap kan worden toegepast op verschillende aspecten van iemands Mussar-beoefening:

Iemand die Mussar hoort, moet (1) zijn ziel wakker maken, (2) de woorden ter harte nemen, (3) er voortdurend over nadenken, (4) er wijsheid aan toevoegen, (5) gedachten uit zijn hart te berde brengen, (6) communiceer [met deze gedachten] in de kamers van iemands geest [chadrei rucho] en (7) geef de boodschap/les door aan de eigen ziel. Men moet (8) zichzelf [met deze Mussar] elke ochtend en elk moment confronteren totdat de ziel het ontvangt en gezuiverd is.*

De spirituele kwaliteit van actief luisteren verschuift de focus van alleen maar horen naar het accepteren van wat er is gehoord tot in de kern van iemands wezen. Inderdaad, Rabbi Yerucham Levovitz legt op deze manier de betekenis van Shema’ uit.

* Sha’arei Teshuva / Poorten van Berouw, Poort 2, Sectie 26. Merk op dat Rabbeinoe Yonah de stadia niet opsomt. Rabbi Dessler citeert deze leer en voegt een nummer toe voor elke fase.

Devariem: Mozes als welbespraakt redenaar.

Deze weken lezen we in sjoel uit Devariem, het 5e en laatste boek van de Torah. Over Mozes als leider verscheen indertijd een artikel van de hand van Daniël Beaupain m.m.v. Marga & Henri Vogel in Mantra. De titel: ‘Mozes en Moesar: leiderschap vanuit Joods perspectief’. Wij mogen het nu hier publiceren.

Klik hier om het artikel te lezen.

Vrije keuze

De verzoening van vrije keuze en goddelijke alwetendheid.

door Sarah Jehudit Schneider.

Wij mensen moeten weten dat onze keuzes echt zijn. Dat we geen marionetten zijn. Dat we onze bestemming zelf bepalen. Dat wanneer we worstelen met verleidingen en juiste keuzes maken, we daar lof voor verdienen.

Maar hoe gaat dat samen met geloof in een alwetende God? Want als de Schepper weet wat ik ga kiezen voordat ik er voor kies, dan is mijn keuze duidelijk voorbestemd.

Weten is per definitie – althans volgens de kabbalistische definitie – in staat om het bewustzijn zo diep te integreren dat het tot in het zenuwstelsel doorsijpelt en zelfs de reflexen verandert.

Als HaShem weet wat we gaan kiezen voordat we ervoor kiezen, dan zijn wij (als vonkjes van goddelijkheid) gedwongen om te kiezen in overeenstemming met die voorkennis.

HaShem is voor de schepping zoals de ziel is voor het lichaam [TB Brochot 10a]. Net zoals ons weten tot de daden van ons lichaam dwingt, dwingt het weten van HaShem ook tot de daden van Zijn lichaam … toch is Zijn lichaam (zo gezegd) de schepping, d.w.z. wij.

Dit dilemma komt overeen met de discussie tussen Einstein en de Quantum Mechanica over de voorspelbaarheid van fotonen die door een hindernisbaan worden gestuurd. De Quantum Mechanica hield vol dat je met bijna perfecte nauwkeurigheid de samenvattende resultaten van duizenden gebeurtenissen / fotonen kon voorspellen, maar waar elk individueel foton zou landen … dat was absoluut onvoorspelbaar, en niet vanwege een gebrek aan informatie, maar omdat deze onkenbaarheid is ingebouwd in de structuur van het universum.

Einstein zei: ”Absoluut niet. God dobbelt niet met het universum.”

Hij benadrukte dat het probleem gebrek aan kennis was. Als we alle krachten die op dat foton van invloed zijn zouden kunnen meten, dan zou het mogelijk zijn om de uitkomst van die individuele gebeurtenis te voorspellen met evenveel nauwkeurigheid als de laatste dag.

Een heel slim experiment bewees dat Einstein het verkeerd zag, en dat de Quantum Mechanica gelijk had.

Maar toch, als we het argument van Einstein toepassen op onze paradox van Keuze en Lot, komen we tot een oplossing die vaak wordt aangeboden om ons dilemma op te lossen:

Bij het vervangen van menselijke wezens door de “fotonen” van Quantum Mechanica, wordt beargumenteerd dat aangezien God (per definitie) alle krachten kent die in het spel zijn, hij met 100% nauwkeurigheid zowel onze individuele keuzes als onze collectieve uitkomsten kan voorspellen.

De discussie is deze: aangezien we zelf de ontelbare krachten die onze psyche raken niet eens  kunnen beginnen te begrijpen en die ons in feite (onzichtbaar) dwingen dit of dat te kiezen … dientengevolge ervaren we onze keuze als vrij. Maar, in feite (zegt dit model), is het feitelijk een onontkoombaar gevolg van de krachten die aan het werk zijn (inclusief de Goddelijke voorkennis).

Het probleem van deze oplossing is dat, ten eerste, het argument van Einstein onjuist bleek te zijn.

En ten tweede, als dat waar is, dan is er uiteindelijk geen vrije keuze. Er is de illusie van vrije keuze – een dwingende illusie – maar het is eigenlijk gewoon een fata morgana. En in dat geval, waarom zou een doener van het kwaad moeten lijden voor zijn wandaden aangezien (volgens dit model) HaShem degene was die aan zijn touwtjes trok.

De Talmoed stelt: “Degene die gedwongen wordt te zondigen, is vrij van de juridische consequenties ervan.”

Vanuit dit perspectief zijn noch de positieve, noch de negatieve daden de onze.

Toch is er ook een andere manier om onze paradox op te lossen die de werkelijkheid van vrije keuze vasthoudt zonder het principe van goddelijke alwetendheid te schenden (en dat is ook consistent met het experiment waaruit bleek dat Einstein het verkeerd zag).

De meesten zijn bekend met de kabbalistische leer van tsimtsum (de oorspronkelijke handeling van goddelijke verhulling):

Het verhaal gaat als volgt: vóór het begin was er het Oneindige Licht van God overal. Het was onmogelijk voor werelden om tevoorschijn te komen, want zij konden hun grenzen niet bewaren in het licht van deze almachtige verlichting. Ze zouden onmiddellijk desintegreren zoals een kristallen wijnglas breekt door de impact van water dat uit een brandslang stroomt.

Gods eerste stap was om Zijn Al-Aanwezigheid te verbergen voor een afgebakende ruimte, waardoor er een duistere atmosferische leegte ontstond die nu vrij was om door iets anders te worden gevuld. Deze leeggemaakte ruimte werd de oorspronkelijke baarmoeder voor de ontvouwing van de schepping.

In zijn holle diepten verspreidde HaShem een enkele lichtstraal, waarvan de ontplooiing de geschiedenis en evolutie is van de schepping zoals wij die kennen. Deze oorspronkelijke daad van verhulling wordt tsimtsum genoemd.

Er is niets dat HaShem weerhoudt Zijn aanwezigheid terug te laten schijnen in deze leegte en de schepping terug te draaien tot deze niet meer bestaat. Niets anders dan Zijn wil om de schepping te laten slagen. Meer dan dat HaShem Zijn absolute eenheid wil manifesteren door elk punt van tijd en ruimte te verlichten … meer dan dat, wil Hij dat de schepping haar doel bereikt … het doel dat de handeling van tsimtsum in de eerste plaats motiveerde.

Hij wil dat we de volmaakte eenwording met HaShem verdienen die uiteindelijk alleen maar kan worden bereikt nadat we onze verlangens hebben verfijnd en daardoor het geschenk (en de last) van vrije keuze onder de knie hebben.

Welnu (en hier gaat het om), op dezelfde manier waarop HaShem zijn alomtegenwoordigheid terugtrekt en verbergt om ruimte te creëren voor ons fysieke bestaan, zo trekt Hij zich ook terug en verbergt Hij zijn alwetendheid om ruimte te creëren voor onze vrije keuze.

HaShem is niet wezenlijk beperkt in het weten wat er zal gebeuren voordat het gebeurt (en daardoor zijn ontknoping langs dat pad afdwingt). Maar meer dan dat Hij dit aspect van de schepping wil beheersen, wil Hij dat mensen echte vrije keuze hebben. Het hogere doel van de schepping vereist dat (dit is een les van de Ohr HaChayaim [Gen. 6: 5]), HaShem Zijn da’at (de kabbalistische term voor Zijn alwetendheid) zeker moet kunnen richten op onze beslissingsmomenten, maar in plaats daarvan heeft HaShem besloten niet toe te kijken. Hij wendt Zijn blik af (bij wijze van spreken) tot we kiezen, en reageert dan met voorzienigheid om te verzekeren dat wat we ook kiezen, het ons ten minste een micro stap richting onze uiteindelijke bestemming zal brengen.

Samengevat. Je kunt er niet omheen, als HaShem weet wat we gaan kiezen, dan hebben we geen vrije wil. We hebben de illusie van keuze, maar we worden feitelijk gedwongen door omstandigheden en goddelijke voorkennis om te kiezen zoals we gekozen hebben.

En als we niet echt kiezen, waarom zouden we dan gestraft worden voor slechte keuzes en worden beloond voor goede keuzes? Dan zou het leven een poppenkast worden.

Ohr HaChayim legt uit dat, ja, HaShem zou zeker kunnen weten wat we gaan kiezen voordat we het kiezen. Maar toch, op dezelfde manier als HaShem zich terugtrekt en zijn alomtegenwoordigheid verbergt om ruimte te maken voor ons fysieke bestaan, zo trekt Hij zich terug en verbergt Hij Zijn alwetendheid om ruimte te maken voor onze vrije keuze.

Meer dan dat HaShem Zijn Eenheid door elk moment van tijd en ruimte wil manifesteren, wil Hij dat de schepping haar beloningen verdient door de verlichtende uitdagingen van het meesterschap van vrije keuze.

vertaling van publicatie van ‘a still small voice’ door Henri Vogel

Uit mijn Mussar dagboek

Over Vreugde – Simcha/joy.

De mond gevuld met gelach en de lippen met vreugdekreten, de zin die Alan Morinis ons aanbeveelt bij de mida van joy, is mij te exuberant.

Lees meer

Parasja Tsav over dankbaarheid

Commentaar op de sidra van de week: de betekenis van de dankoffers in de Tempel nader verklaard en hoe door steeds te danken de karaktereigenschap dankbaarheid op te wekken.

Lees meer

Gelijkmoedigheid/Menoechat ha-nefesj

Al een leven lang kom ik mijzelf voor als een wat nerveus, snel afgeleide, vrij vlug ontdane, niet zelden donkerdenkende  persoonlijkheid. Ik miste een dieper gegronde rust.

Lees meer

Overdenking over nederigheid.

De eigenschap die ik in het vizier heb: humility, nederigheid, in het Hebreeuws ‘anava’, is een eigenschap die zo op het eerste gezicht bij het publiek niet lekker scoort.

Lees meer

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?

In Genesis 24 staat het verhaal over de opdracht van Avraham aan zijn ‘hofmeier’ Eliëzer om een vrouw te zoeken voor zijn zoon Jitschak.

Wat is belangrijker, deugd of afkomst? 

door Rob Cassuto Lees meer