Ha’azinoe

Ons lied van binnenuit vinden

Het Torah-deel dat we lezen tussen Rosj Hasjana en Jom Kippoer is Ha’azinoe. Mozes spreekt zijn laatste woorden aan het volk uit, een lied waarin hij God prijst, de zonden van de Israëlieten bekritiseert, maar ook belooft de vijanden van Israël te wreken. De sidra eindigt met Mozes die door God wordt verteld: “Je zult sterven op de berg die je op het punt staat te beklimmen …”

Waarom wordt Ha’azinoe als een lied uitgesproken nadat de hele toespraak van Devarim in proza is gereciteerd? Rabbijn Jonathan Sacks wijst erop dat Mozes,

“… de man met intellect en morele moed wordt de figuur van emotionele intelligentie en staat zichzelf toe om, naar het mooie beeld van Judah Halevi, als de harp voor Gods lied te zijn. Helemaal aan het einde van zijn leven wendde de grootste van alle profeten zich tot emotionele intelligentie, wetende dat tenzij hij dat deed, zijn lessen misschien wel in de hoofden van de Israëlieten zouden doordringen, maar niet in hun hart… Het zijn gevoelens die ons ertoe aanzetten om te handelen, ons de energie geven om te streven en ons vermogen voeden om onze verplichtingen door te geven aan degenen die na ons komen.” (Joodse Levensveranderende Ideeën, Ha’azinoe)

Het is niet verrassend dat de wetenschap de emotionele effecten heeft bevestigd die zang en muziek kunnen hebben en ons diep kunnen raken. Neuro-imaging-onderzoeken tonen herhaaldelijk aan dat bijna overal in de hersenen gebieden betrokken zijn bij het luisteren naar muziek, veel meer dan wat er gebeurt bij spraakverwerking. Fysiologisch gezien kan muziek de cortisol-spiegel verlagen en een stijging van dopamine, serotonine, endorfines en oxytocine veroorzaken.

Binnen een paar dagen zullen we het gezang van Kol Nidrei reciteren en horen. De traditionele beklijvende melodie dringt door en ontroert ons.

Alan Lew noemde zijn baanbrekende boek over de voorbereiding op het harde werk van dit seizoen: “This Is Real, And You Are Completely Unprepared.” Welnu, vrienden, we komen nu tot de kern, en het zou heel, heel echt moeten voelen! We hebben de woorden van de UnaToneh Tokef al verschillende keren gereciteerd, wanneer we nadenken over “wie zal leven en wie zal sterven?” Over slechts een paar dagen zullen de metaforische poorten naar de hemel sluiten aan het einde van Jom Kipoer.

De meesten van ons brengen ons leven echter over het algemeen door in een staat van diepe slaap. De meeste van onze acties worden gedaan uit gewoonte, zonder bewustzijn. Deze Jamim Noraïm, Dagen van Inkeer, bieden ons de mogelijkheid om ons te concentreren op onze sterfelijkheid, en zelfs al is het maar kort, wakker te worden voor wat echt is. Op Jom Kipoer doen we letterlijk alsof we dood gaan:

“… je repeteert je eigen dood. Je draagt ​​een lijkwade, net zo als een overledene, je eet, drinkt en hebt, net als een dode, geen gemeenschap. Je roept de wanhopige kracht van de laatste momenten van het leven op… een koude rilling overvalt je. De poort tussen hemel en aarde is plotseling begonnen te sluiten. Dit is je laatste kans.”

(Alan Lew, This is Real, and You are Completely Unprepared, pp. 4-5)

In een andere poging tot spiritueel wakker worden horen we sinds het begin van Eloel dagelijks de sjofar klinken, waarvan de Rambam ons vertelt:

“Het is alsof het [de sjofar] zegt: ‘Slapers wordt wakker uit uw slaap, kijk naar uw gedrag, kom tot inkeer en gedenk uw Schepper’” (Mishneh Torah, Hilchot Teshuvah 3:4).

Maar zoals Jonathan Safron Foer schrijft: “Je kunt iemand die doet alsof hij slaapt niet wakker maken.” En dit is precies de plek waar de meesten van ons ons leven leiden. Wij doen alsof we slapen. We doen alsof we nooit zullen sterven, ik zeker niet, en zeker nu niet.

Het zou verstandig zijn om acht te slaan op de les van Rabbi Eliëzer:

“Kom tot inkeer (Shoev) een dag voor je dood. De studenten van Rabbijn Eliëzer vroegen hem: Maar weet iemand de dag waarop hij zal sterven? Hij zei tegen hen: Des te meer is dit een goed advies, en men moet vandaag tot inkeer komen, voor het geval men morgen zal sterven; en door dit advies op te volgen, zal men zijn hele leven in een staat van inkeer doorbrengen”. (Talmoed Shabbat 153A)

En hier zien we waarvoor we wakker moeten worden. Het is teshoeva, vaak vertaald als berouw/inkeer, maar nauwkeuriger terugkeren. En waar moeten we naar terugkeren?

En dus hebben we het geluid van de sjofar, de indringende melodieën en liederen, en zelfs het uitbeelden van onze dood. Ze proberen ons allemaal te breken, ons wakker te maken, ons eraan te herinneren. Maar wij mensen hebben het opmerkelijke vermogen gekregen om het te negeren. Misschien is het voornaamste instrument van de yetzer harah ons ertoe aan te zetten datgene te verwerpen wat zo duidelijk en eenvoudig te zien is, waardoor ons vermogen wordt belemmerd om het hart te laten voelen wat het hoofd weet. Dit is echt! Onze tijd is beperkt.

En toch is het uiteindelijk aan ieder van ons om het initiatief te nemen om te veranderen. Onze parasja, Ha’azinoe begint met:

Moge mijn leerdicht druppen als regen, mijn voordracht vloeien als  dauw,

Als stortbuien op het jonge groen en als regenvlagen op het gras.

Wat Rav Yerucham Levovitz gebruikt om ons te leren:

“Ga naar buiten en zie dat de hele Torah die Mozes van de Sinaï ontving uiteindelijk niets meer is dan ‘regen en dauw’, en het belangrijkste is de kracht/het vermogen [van groei] die uit het zelf komt, de kracht binnen de mensheid is die groeit uit de kracht van de Torah, die voor ons als regen en dauw is. De mensheid leeft niet [groeit] door wat van buitenaf komt, zelfs niet door de kracht van de Torah; de mensheid leeft alleen door de kracht van zichzelf. Door zichzelf en voor zichzelf. Zo groots en immens is de kracht van het menselijk zelf.”

En dus zullen de sjofar, de melodieën en zelfs de generale repetitie voor de dood er niet voor zorgen dat we veranderen:

“… we moeten weten dat al deze externe bronnen nog steeds niets zijn. Waar is de bron van de vitaliteit van de mensheid – in jezelf, in je ziel” (Chochma U’Mussar, Deel. 2, Inleiding, p. 6, mijn benadrukking vetgedrukt).

Mogen we allemaal succes hebben bij het diep in onszelf reiken om de noodzakelijke verandering van teshuva te beginnen,

Shabbat Shalom en G’mar Chatima Tova

Download deze parasha

Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.

Vayera (Akeda Rosh haShanah)

Is God in het Vuur?

Verbond, Bewustzijn en de Binding van Isaak

Abraham hoort Gods oproep aan hem om een offer te brengen. De oproep echoot door het heilige landschap, gevuld met kalkstenen rotsen, terrassen en bronnen. Er zijn eikenbossen en olijfbomen, goudsbloemen, salie, verbena en delicate wilde bloemen die de velden van het oude land van Ons Volk vullen.

Abraham en Isaak zijn daar. Zij hebben Achrayut en Yirah, verantwoordelijkheid en ontzag voor elkaar en voor ons allemaal, angst en ontzag. Voor deze tijd en voor alle tijden.

De echo van de Aanwezige Ene’s oproep is eerder gekomen en zal opnieuw komen terwijl Abraham naar voren stapt met Anavah/nederigheid, een zich totaal aan het Goddelijke overgevende aanwezigheid.

Hij bereidt zich voor. Wat zal hij meenemen? Zijn bestemming ligt hoog in de bergen van de berg Gerizim. De paden hebben een oneffen terrein en zeker moet hij zijn voor dit terrein zeer geschikte ezel, zijn zoon Isaak en twee dienaren meenemen om omhoog te gaan. De beklimming is een daad van Bitachon/Vertrouwen.

Een kleine open plek waar de rotswand een wildernisaltaar vormt, zal hun kampement zijn, de Makom, de plaats van het gebod.

De nomaden hebben Abraham geleerd hoe hij schaduworientatiestokken moet gebruiken. De posities van de sterren aan de hemel en de plaats van de zon aan de hemel zullen zijn navigatie gidsen. Het ritme en de cycli van sterren en dageraden zullen gedurende drie dagen hun koers bepalen.

Isaak hoort van de expeditie. Hij weet van de geiten die in de wildernis leven en van hun gebruik bij offers. De band tussen de Hemelse Vader en Abraham, tussen Isaak en Abraham, wordt sterker terwijl zij aan hun reis beginnen.

Isaak’s rugzak bevat een grote beschaving die duizenden jaren zal voortduren. De sterren vullen de hemel en dageraden zullen gedurende drie dagen komen terwijl zij het ritme van de tijd van het Hoogland binnengaan.

Zal Abraham zich vasthouden aan het gebod van de Bewaarder van Alle Zielen? Zal zijn zoon worden vastgebonden en aan HaShem worden geofferd?

De bestemming wordt bereikt en het brandhout wordt opgestapeld. Abraham plaatst de bovenste stukken in de vorm van het Tetragrammaton.

Is God in het vuur?

Terwijl Abraham Isaak vastbindt, fluistert het gemurmur van de tortelduiven de zin: “Moge de Barmhartige ons redden. God verhoede het.” Wij huilen, de getuigen, de nakomelingen van Abraham en Isaak. Wij zijn gered om deel uit te maken van andere tijden van strijd en onbeschrijfelijke kwelling. Het martelende moment gaat voorbij en de ram die vlakbij in de brandnetels gevangen zit, wordt het offer. Moeten wij zowel geofferd als gezegend worden? Waaraan worden wij toegewijd en opgeofferd?

Reflectie:

  • Moeten wij zowel geofferd als gezegend worden? Hoe houden wij deze mysterieuze en gelijktijdige dubbelzinnige toestanden van zijn in ons bewustzijn, met mededogen en kracht?
  • Waaraan worden wij toegewijd en gewijd?
  • Zal onze vernietiging worden tegengehouden?
  • Waarvoor zouden wij kunnen besluiten onszelf op te offeren?

Praktijk: Noteer in je dagboek / chesjbon haNefesj

Zin: “Moge de Barmhartige ons redden. God verhoede het.”

Opdracht en Actie: Wat kan ik op dit moment, vandaag doen om naar God in het vuur te zoeken? Wat is mijn Kaballah en mijn intentie?

Persoonlijk Verhaal en Reflectie:

Een jaar geleden werden leden van de Bonai Shalom Gemeente met brandbommen aangevallen op de Pearl Street Mall in Boulder, Colorado. De slachtoffers waren daar om deel te nemen aan een vreedzame mars om de gijzelaars die in Gaza werden vastgehouden naar huis te brengen.

Deze afschuwelijke gebeurtenis vond plaats bij het historische gerechtsgebouw waar mijn familie al zeven generaties lang naartoe is gegaan om gemeenschapszaken en civiele aangelegenheden te behartigen die voor het publiek van belang zijn.

Zelfs nu vraag ik mij af: Was God in de brandbomaanslag.

In de hel wereld zijn onze harten gevuld met verdriet, en de zwartgeblakerde sporen op de ingang van het gerechtsgebouw herinneren ons eraan dat zowel God als het kwaad tegelijkertijd kunnen bestaan op een plaats waar geboden zijn.

Met respect ingediend door Damaris Methner, Ph.D.

Download deze parasha

Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.

Abraham sacrifices the ram instead of Isaac, the Lord renews his promise to Abraham (Genesis 22:13-18) *oil on canvas *180 x 136 cm *circa 1638

Nitsawiem-Wajelech

Kies voor het Leven: het Werk van Worden

In parasja Nitsawiem wordt iedereen bijeengebracht – de leiders, oudsten, mannen, vrouwen, kinderen en de vreemdeling die onder hen leeft – en krijgen ze een keuze: “Ik heb jullie leven en dood, zegen en vloek voorgelegd. Kies het leven.”

Het klinkt eenvoudig: het leven! Zegening! Wie zou iets anders kiezen?

Toch kent de Torah ons beter.

Weten wat goed is en daadwerkelijk kiezen voor wat goed is, zijn twee heel verschillende dingen. We weten dat vrijgevigheid goed is, maar geef die man geen geld, hij gebruikt het alleen om drugs te kopen. We weten dat nederigheid goed is, maar heb je gezien wat ik net deed? We weten dat geduld goed is, maar deze auto voor me kan beter doorrijden voordat ik ‘m van achteren een zetje geef. We weten dat het belangrijk is om aanwezig te zijn bij de mensen van wie we houden, maar deze meme die zojuist op mijn telefoon verscheen, is werkelijk hilarisch. We weten wat voor soort mensen we willen zijn, maar op het moment dat onze emoties, angsten of verlangens de overhand krijgen, kan de keuze veel minder voor de hand liggend worden, of zelfs helemaal geen keuze meer zijn, maar eenvoudigweg een reflexieve gewoonte.

Rabbi Eliyahu Dessler, een van de grote Mussar-leraren van de twintigste eeuw, ontwikkelde het idee van het bechirah-punt, om uit te leggen dat de meeste van onze beslissingen eigenlijk automatische reflexen zijn, een gewoonte die we hebben opgebouwd en dat die niet echt ‘keuzes’ zijn. Zoals hij het stelt: “De vrije wil wordt uitgeoefend en een geldige keuze wordt alleen gemaakt op de grenslijn tussen de krachten van het goede en de krachten van het kwade in die persoon.” Hij geeft ons de metafoor van twee legers die verwikkeld zijn in de strijd, en merkt op dat de gevechten alleen aan het front plaatsvinden. De sleutel is het verschuiven van ons interne strijdfront, het verplaatsen van ons bechirah-punt.

Er is een beroemd verhaal, ‘The Rusty Penny’, verteld over rabbijn Schneur Zalman van Liadi, de grondlegger van het Chabad-chassidisme, waarin staat dat hij eens, toen hij geld inzamelde om gevangenen los te kopen, naar een rijke man ging die berucht was omdat hij een vrek was. Rabbi stond erop hem samen met twee andere rabbijnen te bezoeken. De man bood hem een roestige cent aan nadat hij het hartverscheurende verhaal had gehoord. Rabbi bedankte hem, zegende hem en behandelde het geschenk als iets kostbaars. Toen ze weggingen, belde de man hen terug en verhoogde zijn donatie tot 1.000 roebel. Toen ze weer vertrokken, belde hij ze voor de tweede keer terug en gaf de volledige 5.000 roebel die nodig was voor het losgeld. De andere rabbijnen waren verbaasd en vroegen hoe de rabbijn erin was geslaagd zo’n vrek te transformeren. Rabbi antwoordde: “Die man is geen vrek. Geen enkele ziel is dat werkelijk. Maar hoe zou hij kunnen verlangen om te geven, als hij nooit de vreugde van het geven had ervaren?”

In het verhaal zien we het bechirah-punt van de vrek verschuiven van het geven van een cent naar het geven van het volledige gevraagde bedrag. Mussar leert dat welke middah we ook proberen te verbeteren, die in de loop van de tijd natuurlijker kan worden, en dat gedrag dat ooit een aanzienlijke inspanning vergde, deel kan worden van wie we zijn.

Het spirituele leven gaat over het voortdurend uitbreiden van ons vermogen om voor het goede te kiezen.

De woorden van Mozes: ‘Kies het leven’ vragen ons om, op de gewone momenten van ons leven, keer op keer te kiezen voor het spirituele werk van het kiezen van zegeningen.

Het spirituele werk dat van ons wordt gevraagd is niet ontoegankelijk. Het is niet gereserveerd voor heiligen of wijzen. Het is hier, in ons leven, in onze huizen, op onze werkplekken, in onze relaties. “Het is niet in de hemel dat je zou moeten zeggen: ‘Wie stijgt er voor ons op naar de hemel, haalt het voor ons en laat het ons horen, zodat wij het kunnen doen?’ … Integendeel, volkomen binnen je bereik is het gebod, zowel om het met je mond te belijden als om het met overgave van je hart te doen. (Deuteronomium 30:12,14).”

De eerste stap is het leren zien van die keuzemomenten.

Rabbijn Moshe Chaim Luzzatto waarschuwt ons in Mesillat Yesharim om niet “als een blinde in het duister” door het leven te gaan, door eenvoudigweg onze gewoonten te volgen zonder te onderzoeken waar ze ons naartoe brengen. Mussar vraagt ons om op te letten. Waarom stoorde die opmerking mij zo? Waarom ben ik zo wanhopig op zoek naar de goedkeuring van deze persoon? Wat gebeurde er zojuist in mij?

Onze reacties kunnen ons leren wat ons spirituele leerplan is. Ze kunnen ons onze bechirah-punten laten zien. Ze laten ons zien waar we er niet in zijn geslaagd God centraal te stellen, en in plaats daarvan een afgod centraal hebben gesteld. Dat idool kan geld, succes, status of prestatie zijn; het kan onze reputatie zijn, onze behoefte om gelijk te hebben, ons verlangen om nodig te zijn.

Meestal zijn wijzelf de afgod (een bijzonder subtiele vorm van afgoderij, omdat we niet denken over onszelf als iets dat we aanbidden, ook al verbuigen we God om ons beeld maar te weerspiegelen in plaats van dat we ernaar streven en eraan werken om Gods beeld te weerspiegelen).

Een afgod is alles wat we toestaan de plaats in te nemen die aan God toebehoort, en zoals ons Torah-gedeelte waarschuwt: deze afgoden kunnen ons nooit tevreden stellen. Als we geld aanbidden, is er altijd meer geld om te hebben. Als we prestatie aanbidden, is er altijd nog een andere prestatie. Als we de goedkeuring van anderen aanbidden, worden we afhankelijk van iets waar we nooit controle over hebben.

Mussar geeft ons een pad om voor het leven te kiezen, voor zegening. Mussar geeft ons een pad met concrete stappen en oefeningen die ons naar een leven van heiligheid leiden. Ik heb een wiskundeachtergrond en was dol op natuurkunde. Natuurkunde is toegepaste wiskunde, waarbij je plotseling begrijpt waarom we al die vergelijkingen moesten leren.

Ik beschouw Mussar als toegepast jodendom. Het punt van alles wat we doen, al die gebeden, rituelen, feestdagen – is om ons heilig te maken. Met de instrumenten van Mussar kunnen we ervoor kiezen om wat genereuzer, geduldiger, nederiger en minder gehecht aan erkenning te worden. We kunnen voor het leven kiezen, voor zegeningen. We kunnen beseffen hoe krachtig we zijn, hoeveel keuze we eigenlijk hebben. Keer op keer kiezen we de richting waarin we willen dat ons leven zich beweegt.

De keuzes die wij maken, maken ons. Wij kiezen wie we willen zijn.

Rabbijn Rachel Greengrass dient als geestelijke bij Temple Beth Am van Pinecrest in Zuid-Miami. Als voormalig voorzitter van de Rabbinical Association of Greater Miami is zij medevoorzitter van de CCAR-commissie voor vrede en gerechtigheid. Ze is erkend met de Silver Medallion-onderscheiding van Mozaïek Miami in 2026, de allereerste Tikkun Olam-prijsontvanger van de Jewish Community Service, is de ontvanger van T’ruah’s Rabbinic Human Rights Hero Award voor 2021 en heeft beloningen en erkenning ontvangen voor innovatieve programmering voor gezinnen, tieners en justitie.Rabbijn Greengrass’ diepe toewijding aan gebed, Torah en dagelijkse Talmoedstudie, een Mussar-leraar en beoefenaar, inspireert en onderhoudt haar diepe toewijding aan het werken aan sociale rechtvaardigheid. Haar woorden, zowel gesproken als geschreven, zijn in een breed scala aan media gepubliceerd.

Download deze parasha

Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.

Ki Tavo

Liefdevolle bestraffing

Jaren geleden kreeg mijn familie de kans om zaken te doen met een familielid. Voordat we iets tekenden, vroeg een wijze oom, wiens zakelijke oordeel ik diep respecteerde, of hij met mij in privé mocht spreken. Hij legde verschillende redenen uit waarom hij dacht dat het partnerschap een vergissing zou zijn, zachtaardig en zonder oordeel. Eén reden bleef me het langst bij: familie of niet, hij geloofde niet dat we geschikt waren om partners te zijn. Ik hoorde hem. Ik luisterde niet echt. We gingen toch door, en een paar jaar later ging het bedrijf failliet en de kosten bleven niet beperkt tot datgene wat op de balans staat. Gedurende de daaropvolgende twintig jaar droegen onze familie, de andere familie en onze overige familieleden bij aan de gevolgen van wat die mislukking achterliet.

Ik denk elke keer aan dat gesprek als ik de tochacha in Parashat Ki Tavo lees, de aanhoudende berisping die in kaart brengt wat er met de mensen zal gebeuren als de regels van het verbond niet worden nageleefd. Voor mij is het de meest beangstigende tekst in de Torah, een tekst waar de meeste lezers instinctief snel doorheen willen in plaats van er bij stil te blijven staan. Het is verleidelijk om het als een afwijking te beschouwen, een moment waarop de stem van de Torah hard en bestraffend wordt, afwijkend van de liefde die overal elders in de tekst de relatie tussen God en Israël definieert.

Maar de Torah laat ons het niet op die manier lezen. Midden tussen de vloeken ligt een vers dat, in de woorden van de Torah zelf, uitlegt waarom dit allemaal gebeurt:

תַּחַת אֲשֶׁר לֹא־עָבַדְתָּ אֶת־יְהוָה אֱלֹהֶיךָ בְּשִׂמְחָה וּבְטוּב לֵבָב מֵרֹב כֹּל

Omdat je de Eeuwige, je God, niet blij en welgemoed wilde dienen toen er overvloed aan alles was. (Devarim 28:47)

De aangegeven oorzaak is niet arrogante ongehoorzaamheid; het is de afwezigheid van vreugde. Israël had zich aan de letter van het verbond kunnen houden hoewel het zijn hart had verloren en zonder blijdschap het dienstbetoon had kunnen verrichten, ondanks dat het dingen als in overvloed had gekregen. De tochacha is geen reactie op een checklist van overtredingen. Het is wat overblijft als een verbond verstoken is van dankbaarheid, vreugde en liefde.

Die herformulering is van belang omdat de Torah ons al heeft verteld dat geldige en effectieve bestraffing gebaseerd is op liefde. Eerder, in Vayikra, luidt het vers: “Wees niet haatdragend voor je evenmens, maar wijs je naaste terecht, zodat je hem niet met zonde belaadt.” (Vayikra 19:17). De twee gedachten staan niet voor niets naast elkaar. Je kunt geen echte reprimande geven terwijl je wrok koestert of de behoefte hebt om gelijk te hebben, niet omdat de Torah ons vraagt ​​om perfect te zijn, maar omdat berispen vanuit woede of ego domweg niet hetzelfde is. De Rambam is hier praktisch in: spreek in privé, zodat de persoon niet beschaamd wordt; spreek vriendelijk en geduldig, aangezien iedereen van nature defensief is als hij wordt uitgedaagd. Wanneer niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan wat volgt op een berisping lijken. Het is iets anders.

De openhartigheid van de Talmoed over bestraffing wordt reeds lang door de Ba’alei Ha’Mussar gelezen als een leerplan waar ieder van ons acht op moet slaan, ook al spreekt de passage zelf middels de stemmen van individuele wijzen. In Arakhin 16b zegt rabbijn Tarfon dat hij betwijfelt of iemand van zijn generatie werkelijk berispt kan worden, aangezien het instinct is om daarvan af te wijken. Zeg tegen iemand dat hij een splinter uit zijn oog moet verwijderen en hij antwoordt door jou te zeggen dat je de balk uit het jouwe moet verwijderen. Rabbi Elazar ben Azarya beweert dat het moeilijkere probleem is om het goed te benaderen, zonder schaamte te veroorzaken. Een derde wijze, rabbijn Yochanan ben Nuri, getuigt vervolgens dat hij klaagde over het negatieve gedrag van een jonge Akiva en dat hij hem daarvoor herhaaldelijk liet straffen, en dat Akiva’s liefde voor hem elke keer alleen maar groeide. De Gemara verbindt dit rechtstreeks met een vers in Mishlei: “Bestraf een dwaas niet, anders zal hij je haten. Bestraf een wijs persoon, en hij zal van je houden” (Spreuken 9:8). Mijn wijze familielid gaf mij precies het soort berisping dat dit vers beschrijft. Ik was nog niet de wijze luisteraar die in het vers wordt beschreven.

Rabbi Tarfon, rabbijn Elazar ben Azarya en het wijze familielid van mijn familie beschrijven allemaal dezelfde menselijke realiteit vanuit verschillende invalshoeken. Zowel het goed geven van een berisping als het goed ontvangen ervan zijn moeilijk om dezelfde reden: het geven ervan vereist het opzij zetten van de impuls tot controle of schaamte; het ontvangen ervan vereist het opzij zetten van de impuls om af te wijken of te verdedigen. De tochecha maakt dat er niet makkelijker op. Maar het doet iets belangrijks: het benadrukt dat liefde die nooit harde waarheden benoemt iets minder is dan liefde. Mijn wijze oom begreep dat. Hij sprak zorgvuldig, privé en zonder woede, en liet mij toen kiezen. De Torah doet op haar eigen manier hetzelfde. De vraag die Mussar aan ieder van ons voorlegt, is niet of we waarschuwingen zullen krijgen, wat ook zal gebeuren, maar of we het soort persoon zullen zijn die  ze daadwerkelijk kan ontvangen.

Voor Focus

  • Heeft iemand je een harde waarheid gezegd vanuit liefde die bij jou, zoals de meeste mensen die Rabbi Tarfon beschrijft, eerder op verdediging dan op openheid stuitte? Hoe zou het eruit hebben gezien als je in plaats daarvan had gereageerd op de manier waarop Akiva deed, en je de correctie je respect voor de persoon die de correctie had gegeven eerder had laten toenemen dan verminderen?
  • Rav Dessler leert dat liefde voortvloeit uit geven: degene die geeft, heeft lief. Wat zou het betekenen om de harde waarheid die je mede gedeeld wordt als zodanig te begrijpen: een geschenk?
  • Op die momenten waarop je voelt dat er een harde waarheid moet worden uitgesproken, ben je je er dan van bewust dat dit de cheshbon ha’nefesh is waar het Vayikra-vers werkelijk om vraagt, de interne verantwoording die berisping in een geschenk verandert in plaats van in een oordeel? Vraagt ​​u zich af wiens behoefte u werkelijk dient, wat u werkelijk voor de ander wenst, en of uw hart helder genoeg is om vanuit liefde te spreken in plaats van vanuit de behoefte om gelijk te hebben?

Download deze parasha

Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.

Ki Tetseh

Volgens Maimonides bevat Parasha Ki Tetseh het grootste aantal specifieke mitswot van de 613 mitswot. In dit gedeelte, dat deel uitmaakt van de laatste toespraak van Mozes tot de Israëlieten, staan meer dan zeventig afzonderlijke mitswot. Zoals je je gemakkelijk kan voorstellen, bij meer dan 70 mitswot, bestrijkt ons gedeelte zeer uiteenlopende onderwerpen en aspecten van het leven.

Een van deze mitswot vinden we in Deuteronomium 22:6-7:

כִּ֣י יִקָּרֵ֣א קַן־צִפּ֣וֹר  לְפָנֶ֡יךָ בַּדֶּ֜רֶךְ בְּכׇל־עֵ֣ץ  א֣וֹ עַל־הָאָ֗רֶץ אֶפְרֹחִים֙ א֣וֹ בֵיצִ֔ים וְהָאֵ֤ם רֹבֶ֙צֶת֙ עַל־הָֽאֶפְרֹחִ֔ים א֖וֹ עַל־הַבֵּיצִ֑ים לֹא־תִקַּ֥ח הָאֵ֖ם עַל־הַבָּנִֽים׃

“Wanneer er onderweg toevallig door jou een vogelnest wordt aangetroffen, op een of andere boom of op de grond, met jongen of eieren en de moeder zit op de jongen of op de eieren, dan mag je de moeder niet met haar jongen wegnemen.”

שַׁלֵּ֤חַ תְּשַׁלַּח֙ אֶת־הָאֵ֔ם וְאֶת־הַבָּנִ֖ים תִּֽקַּֽח־לָ֑ךְ לְמַ֙עַן֙ יִ֣יטַב לָ֔ךְ וְהַאֲרַכְתָּ֖ יָמִֽים׃

“De moeder moet je weg laten vliegen, dan kun je de jongen voor jezelf nemen, opdat het je goed zal gaan en je lang zult leven.”

Men zegt vaak dat deze mitswa een chok / ankerpunt is, dat niet alleen met het verstand begrepen kan worden. Het is een mitswa die geopenbaard en opgedragen is door de Ene Boven, en dus een verplichting die we geacht worden te vervullen. Een andere observatie, vaak te vinden in vele commentaren, is dat dit een van slechts twee mitswot is waarbij de beloning voor het vervullen van de mitswa letterlijk in de Torah staat. De andere, die we goed kennen, staat in de Aseret HaDibbrot, de Tien Uitspraken:

כַּבֵּ֤ד אֶת־אָבִ֙יךָ֙ וְאֶת־אִמֶּ֔ךָ כַּאֲשֶׁ֥ר צִוְּךָ֖ יְהֹוָ֣ה אֱלֹהֶ֑יךָ לְמַ֣עַן יַאֲרִיכֻ֣ן יָמֶ֗יךָ וּלְמַ֙עַן֙ יִ֣יטַב לָ֔ךְ עַ֚ל הָֽאֲדָמָ֔ה אֲשֶׁר־יְהֹוָ֥ה אֱלֹהֶ֖יךָ נֹתֵ֥ן לָֽךְ׃

“Eer je vader en je moeder, zoals de Eeuwige, je God, je geboden heeft, opdat je dagen verlengd zullen worden en het je goed zal gaan in het land dat de Eeuwige, je God, je geeft.”

Sommige commentatoren merken op dat deze overeenkomst tussen de twee mitswot ons leert dat het er niet toe doet of een mitswa als zwaarwegend en van hoge waarde wordt beschouwd, of als minder zwaar en misschien van geringere betekenis, een lang leven is de gemeenschappelijke noemer. Rashi leert bijvoorbeeld:

Als bij een gemakkelijk gebod, dat geen financieel verlies inhoudt, de Schrift zegt: ‘Doe dit opdat het je goed zal gaan en je dagen verlengd zullen worden’, dan volgt à fortiori dat dit minimaal de beloning zal zijn voor het vervullen van geboden die moeilijker zijn om na te leven. (Chullin 142a)

Dus, in zekere zin, maakt het niet rekening houden met het verschil tussen “lichtere” en zwaardere mitswot deel uit van het proces dat ons leert de Heilige te dienen en naar kedushah te streven, ongeacht de mitswa en welke beloning dan ook. De mitswa in ons gedeelte dient om ons te oefenen in compassie.

Rabbi Adin Steinsaltz merkt op:

“Door af te zien van het uitbuiten van de zorg van de moeder voor haar jongen, toont men respect voor leven en moederschap. Daarom zal God degene, die deze mitswa vervult, belonen met een lang leven en voorspoed.”

Er is een overvloedige discussie over deze verzen en over deze mitswa, en dat gaat soms zo ver dat dit alleen zou kunnen verwijzen naar de nesten van koshere vogels. Ook kwam ik verschillende verwijzingen tegen naar Rabbi Shlomo Wolbe, die dit verbindt met een bredere les over rachamim / compassie. Dit is bijzonder passend in deze maand Elul, waarin wij ons diepgaand bezighouden met cheshbon ha-nefesh / het dagboek van de ziel bijhouden, terwijl we ons voorbereiden op de Yamim Noraim – de Ontzagwekkende Dagen. Rachamim / Compassie is een belangrijke middah deze maand, en voor onze gecompliceerde tijden.

Als we de mitswa over het vogelnest, waar we de moeder zien die over haar kuikens waakt, beschouwen als een “lichtere” mitswa in termen van belangrijkheid, `dan zouden we misschien moeten nadenken over Rav Wolbe’s les:

Het is normaal voor een mens die de wereld wil verbeteren om te denken aan grootse methoden die een brede reikwijdte omvatten, of aan wereldwijde organisaties voor vrede of gerechtigheid. Maar wie zichzelf wil verbeteren, zou ook moeten denken aan grote en indrukwekkende daden van chesed / liefdevolle vriendelijkheid en kedushah / heiligheid. Wanneer we minder gewichtige daden vanuit dit perspectief benaderen, moeten we proberen na te denken welke verbetering van jezelf zou kunnen voortkomen uit kleine daden, die nauwelijks inspanning vergen.

De waarheid is dat ieder mens juist is opgebouwd uit kleine daden. De medische praktijk illustreert dit punt: de hoeveelheid van het werkzame bestanddeel in elk medicijn is minuscuul, misschien één milligram. Als het medicijn een grotere hoeveelheid van dit bestanddeel zou bevatten, zou het zelfs schade kunnen veroorzaken in plaats van genezen. Men zou er zelfs aan kunnen sterven …

Dit is het eerste principe van werken aan jezelf: de methode van er aan werken mag in geen geval belastend zijn.

Pirkei Avot leert: “Wees even aandachtig voor een ‘lichte’ mitswa als voor een ‘zware’, want je kent de beloning van mitswot niet.”

In het meerdelige werk Tenu’at HaMussar staat dat Rabbi Reuven Dessler leerde:

Wanneer je aan jezelf werkt om beter te worden, is het gemakkelijk om ontmoedigd te raken omdat je niet genoeg vooruitgang ziet. Blijf proberen en geef niet op. Elke kleine vooruitgang is een succes.

Met andere woorden, ons zielswerk roept ons op om ieder aspect van het leven, evenals ieder van God’s schepselen, te benaderen met het oog op rachamim / compassie, chesed / liefdevolle vriendelijkheid en met een blik gericht op hoger reiken in kedushah / heiligheid. En laten we daaraan toevoegen: kavod / eer.

Commentaar gevend op onze verzen leert Rabbi Mozes ben Nachman, de RaMBaN:

‘Wanneer er onderweg toevallig door jou een vogelnest wordt aangetroffen…’ Dit is een duidelijk te begrijpen mitswa, evenals die van het niet slachten van een moeder en haar kalf op dezelfde dag (Leviticus 22:28), aangezien de reden voor beide is dat wij geen wrede aard zouden moeten hebben, en niet zouden moeten falen om empathisch te zijn …

De bedoeling achter alle mitswot is om ons ten goede te komen, niet God. Alles wat ons geboden is, is zo bedoeld dat Gods schepselen gezuiverd worden van verkeerde gedachten en slechte karaktereigenschappen.”

Er is een vaak geciteerd gezegde: “Het leven zit in de details.” Ik denk dat onze Mussar-bril – bij het lezen van de mitswa over shiluach ha-kan, het wegsturen van de moeder-vogel, samen met de lessen van de generaties dat we niet de beloning moeten afwegen wanneer we de kans krijgen een heilige verplichting te vervullen – ons minstens twee belangrijke reminders hiervoor biedt:

  • Inderdaad, “het leven zit in de details”, en onze studie en bezig zijn met Mussar helpen ons om ons te richten op wat voor ons ligt, terwijl we streven de beste versie te worden van wie we kunnen zijn.
  • Hoewel grootse daden en brede inspanningen belangrijk zijn, moeten we als individuen, als dragers van een neshamah / ziel, klein beginnen. We moeten bedenken dat het ons doel is om, behalve een verschil te maken, een leven te leiden van heiligheid en betekenis. Zo zeggen wij altijd: ‘nog vele jaren.’

VOOR FOCUS:

  • In onze Mussar-praktijk leren we om keuzes te zien als nekudot ha-bechirah / keuzepunten. Hoe doet deze les je nadenken over je benadering van mitswot en je keuzepunten?
  • Hoe zie jij je kleine daden en inspanningen leiden tot een grotere impact bij het in de praktijk brengen van Mussar?
  • Waar, in je leven en in je relaties van vandaag de dag, zou je kunnen streven naar meer chesed / liefdevolle vriendelijkheid en rachamim / compassie?

Download deze parasha

Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.

Parasja Shoftim

Een tijd voor alles

Hoewel de parasja van deze week voornamelijk handelt over de rechtspraak, de monarchie en het priesterschap, heb ik ervoor gekozen om de focus van dit commentaar te richten op de vrijstellingen van militaire dienst zoals uiteengezet in Deuteronomium. 20:5-8:

וְדִבְּר֣וּ הַשֹּֽׁטְרִים֮ אֶל־הָעָ֣ם לֵאמֹר֒ מִֽי־הָאִ֞ישׁ אֲשֶׁ֨ר בָּנָ֤ה בַֽיִת־חָדָשׁ֙ וְלֹ֣א חֲנָכ֔וֹ יֵלֵ֖ךְ וְיָשֹׁ֣ב לְבֵית֑וֹ פֶּן־יָמוּת֙ בַּמִּלְחָמָ֔ה וְאִ֥ישׁ אַחֵ֖ר יַחְנְכֶֽנּוּ׃

וּמִֽי־הָאִ֞ישׁ אֲשֶׁר־נָטַ֥ע כֶּ֙רֶם֙ וְלֹ֣א חִלְּל֔וֹ יֵלֵ֖ךְ וְיָשֹׁ֣ב לְבֵית֑וֹ פֶּן־יָמוּת֙ בַּמִּלְחָמָ֔ה וְאִ֥ישׁ אַחֵ֖ר יְחַלְּלֶֽנּוּ׃

וּמִֽי־הָאִ֞ישׁ אֲשֶׁר־אֵרַ֤שׂ אִשָּׁה֙ וְלֹ֣א לְקָחָ֔הּ יֵלֵ֖ךְ וְיָשֹׁ֣ב לְבֵית֑וֹ פֶּן־יָמוּת֙ בַּמִּלְחָמָ֔ה וְאִ֥ישׁ אַחֵ֖ר יִקָּחֶֽנָּה׃

Wie heeft er een nieuw huis gebouwd en heeft het nog niet  ingewijd?

Die moet teruggaan naar zijn huis, anders zou hij in de oorlog kunnen sneuvelen en zou een ander het inwijden.

En wie heeft een wijngaard geplant en heeft van de opbrengst, door de wijding eraf te nemen, nog geen genot kunnen hebben?

Die moet teruggaan naar zijn huis, anders zou hij in de oorlog kunnen sneuvelen en zou een ander ervan kunnen genieten.

En wie is er die aan een vrouw door huwelijksbelofte verbonden is, maar haar nog niet getrouwd heeft?

Die moet teruggaan naar zijn huis, anders zou hij in de oorlog kunnen sneuvelen en zou een ander haar huwen.

Is er soms iemand die bang is of weekhartig?

Die moet teruggaan naar zijn huis, anders zou hij zijn medestrijder het hart in de schoenen doen zinken, zoals dat ook met hem het geval is.

De redenering achter elk van deze uitzonderingen duidt op een gebrek aan enthousiasme, zerizut, om op een bepaald moment in iemands leven de strijd aan te gaan. Deze momenten betreffen met name de bouw van een nieuw huis, de oogst van een nieuwe wijngaard, het begin van een huwelijk, of wanneer iemands gebrek aan moed anderen zou kunnen ontmoedigen. In elk van deze situaties zal iemands enthousiasme voor de taak die gedaan moet worden,  de strijd, waarschijnlijk afnemen door gedachten aan andere zaken zoals de verantwoordelijkheid om het gezin van voedsel en onderdak te voorzien, een eerdere huwelijksverplichting of de overweldigende behoefte om zichzelf te beschermen tegen dood of letsel.

We kennen vers 3:1 uit Prediker: “Voor alles is er een tijd, voor elke ervaring onder de zon is er een tijd…” Dit wordt gevolgd door een beschrijving van verschillende seizoenen, zoals een tijd om te zaaien en een tijd om te rooien, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen, een tijd om te omarmen en een tijd om omhelzingen te vermijden, en een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede.

Prediker maakt duidelijk dat de redenering achter de vrijstellingen voor militaire dienst in de sidra van deze week van toepassing is op alle tijden, en niet alleen op een tijd van oorlog. Voor ieder van ons is er een vaste tijd voor een specifieke ervaring. Met dat inzicht is het belangrijk om te erkennen dat het voor iedereen onmogelijk en zelfvernietigend is om tegelijkertijd volledig bij alle ervaringen betrokken te kunnen zijn!

De zestiende-eeuwse Mussar-klassieker Orchot Tzadikkim stelt bevestigend: “Je moet weten dat de eigenschap enthousiasme de basis is van alle eigenschappen.” De uitdaging is echter om de balans te vinden tussen doordachte intentie en actie. Ons leven vullen, of overvullen, met zerizut voor één enkele visie boven alle andere, vervormt ons vermogen om een ​​evenwichtig leven te leiden.

Het recente Chaveriem-webinar waarin ik lessen destilleerde uit de feestdag van Tu B’Av met rabbijn Efrat Zarren-Zohar, stelde mij in staat de eigenschap van zerizut door de diverse periodes van mijn leven te onderzoeken. Het is pijnlijk om toe te geven dat jarenlang de voornaamste focus van mijn energie lag op een onwankelbare toewijding aan het uitvoering geven van het recht, met uitsluiting van persoonlijke groei en familierelaties. Ik was toegewijd aan het werken ten behoeve van het collectieve algemeen belang. De plotselinge dood van mijn man, Ariel Barak Imber, gezegend zij zijn nagedachtenis, bracht het begin van een ontwaken van de onevenwichtigheid in mijn leven. Ik begon hetzelfde niveau van zerizut toe te passen op persoonlijke groei en familierelaties als op het externe werk. Uiteindelijk leidden ernstige gezondheidsproblemen tot mijn pensionering en een nieuw begin: mijn huwelijk met Henry Tuck. Door vrijwilligerswerk blijf ik mij volledig bezighouden met het bijdragen van mijn tijd en middelen aan goede werken (zij het in een minder hectisch tempo), terwijl ik mij ook wijd aan mijn eigen persoonlijke groei en familie- en andere belangrijke relaties.

Toch zou er in mijn reflecties over gedrag uit het verleden compassie/rachamim moeten zijn voor jeugdig enthousiasme. Dat enthousiasme is de motor geweest van veel innovaties en verbeteringen. Nogmaals, er is een tijd voor elke ervaring onder de zon. Een gebrek aan zelfcompassie herkent de wijsheid van Prediker niet.

De introductie van het Joodse spirituele pad van Mussar in mijn leven heeft het raamwerk geboden voor de nooit eindigende zoektocht naar balans. Elke dag brengt een nieuwe ervaring. De uitdaging is om reflectief te reageren, niet reflexief, en elke middah zorgvuldig in evenwicht te brengen, vooral zerizut.

Vraag voor reflectie:

Hoe helpt Prediker 3:1-8 je om ‘de plaats te kennen die op dit moment de jouwe is en die volledig in te nemen’?

Download deze parasha

Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.

Parasja Re’eh

Kies voor het leven

Elke dag worden we geconfronteerd met talloze keuzes.

Ik kan kiezen of ik die persoon wel of niet laat invoegen op mijn rijstrook. Ik kan ervoor kiezen om de deur iets langer open te houden voor iemand die langzaam naar de ingang loopt. Ik kan ervoor kiezen om wel of geen geld te geven aan de persoon die op de hoek van de straat staat. Ik kan ervoor kiezen om uit te slapen, zelfs als dat betekent dat ik mijn ochtendtraining oversla. Ik kan ervoor kiezen om dat extra toetje te nemen. Ik kan ervoor kiezen om wel of niet te reageren op iemands anti-Israëlische bericht op sociale media.

Op het eerste gezicht lijken deze keuzes niets met elkaar te maken te hebben. Maar ze hebben allemaal één ding gemeen: ze stellen een simpele vraag. Welke versie van mezelf kies ik er vandaag voor om te zijn?

Het Jodendom leert dat deze gewone dagelijkse beslissingen worden geleid door twee krachtige innerlijke krachten: de yetzer hatov, de neiging die ons naar ons hoogste zelf trekt, en de yetzer ha’ra, vaak vertaald als de ‘kwade neiging’.

Eerlijk gezegd heeft de yetzer ha’ra (de kwade neiging) een slechte reputatie. Ik vermoed dat het woord ‘kwaad’ ons in de war brengt. Er is niets inherent kwaads aan een beetje langer slapen, een extra toetje eten of besluiten de deur niet open te houden. Sterker nog, de rabbijnen leren ons iets verrassends. Rabbi Nahman, uit naam van Rabbi Samuel, interpreteert de woorden uit de schepping, “En zie, het was zeer goed”, als verwijzend naar de yetzer ha’ra. Hij legt verder uit dat zonder de yetzer ha’ra niemand een huis zou bouwen, zou trouwen, kinderen zou krijgen of zaken zou doen (Genesis Rabbah 9:7).

Onze verlangens, ambities en instincten zijn niet de vijand. Ze maken deel uit van wat ons menselijk maakt.

De uitdaging is dat deze zelfde drijfveren ons er ook van kunnen weerhouden de persoon te worden die we willen zijn.

Alan Morinis verwoordt dit prachtig wanneer hij schrijft: “De yetzer ha’ra zal alles in het werk stellen om je hogere zelf te ondermijnen en je ertoe aan te zetten je verlangens te bevredigen.”

Dat inzicht plaatst het gesprek in een ander kader. De strijd gaat zelden tussen goed en kwaad. Vaker gaat het tussen mijn lagere zelf en mijn hogere zelf. Tussen wat gemakkelijk is en wat levens-verrijkend is. Tussen wat ik op dit moment wil en wie ik uiteindelijk wil worden.

De yetzer ha’ra fluistert: “Ga je gang en eet het extra dessert. Het is heerlijk.” Er wordt gewoon nagelaten je cholesterol te vermelden. Het vertelt je dat je die persoon voorbij moet lopen die om hulp vraagt, omdat dat gemakkelijker is dan oogcontact maken. Het moedigt je aan om stil te blijven als je getuige bent van onrecht, omdat het ongemakkelijk is om iets te zeggen.

Geen van deze keuzes maakt ons slecht.

Maar ieder duwt ons, hoe klein ook, weg van het worden van ons meest bedachtzame, meelevende, gedisciplineerde en moedige zelf.

Het zijn precies dit soort keuzes die Mozes de Israëlieten voorlegt in Parasja Re’eh: “Kijk, deze dag houd ik u zegen en vloek voor” (Deuteronomium 11:26). Let op het woord ‘deze dag.’ Zegen en vloek zijn niet voorbehouden aan de monumentale beslissingen van het leven. Ze zijn te vinden in de gewone keuzes die we elke dag maken.

Over enkele weken, op Jom Kipoer, zullen we Mozes met nog grotere urgentie op dit thema horen terugkomen: “Ik heb u het leven en de dood voorgehouden, zegen en vloek. Kies daarom voor het leven” (Deuteronomium 30:19).

Ik heb dat vers altijd een beetje grappig gevonden. God stelt ons voor een keuze en geeft ons dan onmiddellijk het antwoord.

Kies voor het leven.

Misschien komt dat omdat God weet dat we, als we het zelf moeten bepalen, meestal niet kiezen tussen goed en kwaad. We kiezen tussen wat comfortabel is of wat ons helpt ons hoogste zelf te worden.

Als kiezen voor het leven overweldigend lijkt, biedt Mussar ons een plek om te beginnen: met een enkele middah. Denk aan chesed, liefdevolle vriendelijkheid. Oefen met het tonen van wat meer vriendelijkheid jegens jezelf en jegens de mensen om je heen. Eet dat gezonde tussendoortje. Houd de deur open. Laat de andere bestuurder invoegen. Bied een vriendelijk woord aan in plaats van een scherp woord. Geef wat je kunt. Laat je stem horen als jouw stem een ​​verschil kan maken.

Rabbijn Yeshayahu Segal Horowitz, de auteur van Shnei Luchot HaBrit, heeft gezegd: “Er mag geen dag voorbijgaan zonder daden van liefdevolle vriendelijkheid, of het nu gaat om het lichaam, geld of de ziel.” Elke dag zou een chesed-daad moeten bevatten. Niet omdat één enkele daad de wereld zal transformeren, maar omdat elke daad de persoon vormt die we worden.

Terwijl we ons voorbereiden op de Hoog Heilige Dagen, betekent het kiezen voor het leven wellicht dat we meer aandacht besteden aan de gewone beslissingen die stilletjes ons karakter vormen. Eén chesed-daad tegelijk. Eén keuze tegelijk. Na verloop van tijd worden die kleine keuzes gewoonten, die gewoonten worden karakter, en dat karakter wordt een leven vol zegeningen.

Uiteindelijk is zegen niet alleen iets dat God ons geeft.

Het is ook iets dat we cultiveren, één keuze tegelijk.

Rabbijn Matt Cohen is de senior rabbijn van Temple Emanu El in Cleveland, Ohio. Hij bestudeert Mussar en geeft Mussar les sinds 2020, toen een online introductiecursus via The Mussar Institute hem voor het eerst kennis liet maken met de praktijk. “Het was levensveranderend”, zegt hij. “Mussar is verweven geraakt met elk aspect van mijn dagelijks leven en met mijn rabbinaat.”

Download deze parasha

Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.

Parashat Eikev

Wat we leren als we het niet weten

Ik ben nooit goed geweest in toetsen maken. Mijn wiskunde les op de middelbare school is daar een goed voorbeeld van. Ondanks mijn beste pogingen om wiskundige concepten zoals punten, lijnen en vlakken te begrijpen, weet ik nog dat ik me gefrustreerd en plotseling “onhandig” voelde tijdens wiskunde proefwerken. Maar twee dingen staan ​​me nog steeds helder voor de geest: 1) Een behulpzame klasgenoot die zich steevast om mij bekommerde en altijd vroeg: “Sharon, begrijp je het?” wanneer onze leraar, meneer Yokoyama, een nieuw concept introduceerde; en 2) Meneer Yokoyama, die voor elk proefwerk vrolijk aankondigde: “Ik ben dol op proefwerken!  Ze leren me wat ik niet weet!”

Ik vraag me af hoe het mogelijk is dat ik die twee opmerkingen – die al (bijna 45) jaren later – mij nog steeds kan herinneren. Nu besef ik wat ze me hebben geleerd over anavah, de middah (karaktertrek) van nederigheid. Het zou zomaar kunnen dat mijn ervaring met meetkunde in de tiende klas een van mijn eerste lessen in anavah was.

Onze parasja van deze week, Eikev, kan ons het een en ander leren over wat het betekent om nederig te zijn tegenover nieuwe concepten en uitdagende stof – met andere woorden, wanneer we voor een nieuwe test staan. De test in Eikev komt van God via Mozes tot het Joodse volk en luidt als volgt:

“Heel het gebod dat ik jullie opdraag moeten jullie nauwgezet nakomen opdat jullie zult leven, talrijk zult worden en het land zult kunnen binnentrekken en veroveren, dat de Eeuwige jullie voorouders onder ede heeft beloofd.

Denk dan aan heel de weg die de Eeuwige, je God, je deze afgelopen veertig jaar in de woestijn heeft laten gaan om, door je door ontberingen op de proef te stellen, te weten te komen of het wel je hartewens is je aan Zijn geboden te houden of niet.” (Deuteronomium 8:1-2)

Hoe toepasselijk dat deze woorden worden uitgesproken door Mozes, Gods ultieme ‘proefwerk-maker.’ Mozes wordt algemeen beschouwd als de persoon met de meeste anavah, de ultieme vorm van nederigheid en lijkt zijn eigen levenservaring te gebruiken om het volk in de juiste richting te leiden. Denk bijvoorbeeld aan het moment waarop hij geroepen wordt om het volk naar de vrijheid te leiden en vraagt: “Wie ben ik…?” (Exodus 3:11); of nadat het volk het gouden kalf heeft gebouwd en Mozes God smeekt het volk te sparen (Exodus 32:11-14); wanneer zijn broer en zus Aäron en Mirjam kritiek uiten op zijn huwelijk en hij niet boos wordt (Numeri 12:1-13); en wanneer zijn schoonvader Jethro Mozes adviseert om de leiding te delegeren (Exodus 18). Hij heeft misschien niet elke uitdaging gezien als een beproeving van Gods moed en vastberadenheid om te leiden; maar in elk geval toont Mozes anavah door toe te geven dat hij op dat moment niet alles weet wat er te weten valt, en uiteindelijk door te vertrouwen op iets dat groter is dan hijzelf, namelijk de Heilige. Dat is het teken van een groot – ja, de grootste leider ooit – van ons volk.

Te veel leiders lijken tegenwoordig moeite te hebben om toe te geven dat ze het antwoord niet weten op de dilemma’s die voor hen liggen. Hoe zou het zijn als een van hen zou verklaren: “Ik weet niet zeker of ik dit probleem kan oplossen, maar ik wil het zeker wel. Ik zal mezelf omringen met de best opgeleide, nuchtere, meelevende en attente mensen om me te helpen deze test op te lossen die voor ons ligt. Ik was hier niet echt op voorbereid, maar ik zal mijn uiterste best doen om ieders belangen ter harte te nemen, terwijl ik de beste beslissing neem die ik respectvol en verantwoordelijk acht voor ons allemaal.”

Het is zijn verdienste dat Mozes, door goddelijke beproeving na goddelijke beproeving, gaat begrijpen dat wanneer er een nieuwe uitdaging zich aankondigt die ongekend en mogelijk gevaarlijk lijkt, hij kan toegeven dat hij overvraagd is, om hulp kan vragen en van de ervaring kan leren. In de woorden van mijn wiskundeleraar: “om te leren wat hij niet weet.”

We moeten ons, net als Moshe Rabbeinu, op ons gemak voelen met de potentieel ongemakkelijke zin: ‘Ik weet het niet.’ De rabbijnen van de Talmoed (Brachot 4a) vermanen ons om: “Gewen je tong om te zeggen: ik weet het niet, anders raak je verstrikt in een web van bedrog.” Als we ons gebrek aan kennis of begrip niet toegeven, brengen we anderen op een dwaalspoor. We ontnemen onszelf ook de mogelijkheid om waardevolle wijsheid te verwerven uit de beproevingen in ons leven.

“Wie ben ik?’ Exodus 3:11

Download deze parasha

Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.

Parasjat Va’etchanan

Het openen van onze harten

De droefheid van Tisja Be’av en alle verliezen die daarbij herdacht werden, is voorbij. Het is tijd voor troost en daarmee ook voor het gedeelte Va’etchanan.

In veel opzichten is het een stuk over de grondbeginselen. We lezen opnieuw de Tien Geboden, een iets andere versie dan in het boek Exodus. En we zien de bekendste verklaring van het Jodendom, Sjema Yisrael, Hoor Israël, de Eeuwige, onze God is Eén.

Er valt zoveel te onderzoeken in deze ene zin. Als het een gebed is, waarom is het dan gericht tot mede-Joden en niet tot God? Wat is de ware betekenis van Echad, Eén?

Maar naar mijn mening is een raadselachtige formulering die iets later komt, net zo belangrijk: “U zult de HEER, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht. Deze woorden die ik u heden gebied, zullen in uw hart gegrift staan.”

Waarom niet gewoon stellen dat de woorden tot je hart moeten binnendringen? Letterlijk genomen, waarom lijkt de tekst er dan genoegen mee te nemen dat de liefde voor God en de mitswot zich buiten onze kern en essentie bevinden?

De klassieke verklaring komt van de Kotzker Rebbe, die ons eraan herinnert dat onze harten zo vaak afgesloten zijn. Pas wanneer ze openstaan, kunnen de woorden van de Torah ons hart binnendringen en ons transformeren. En dat is onze taak.

Voor mij is dit een ware samenvatting van de Mussar-traditie, een traditie die ons wil laten weten dat sjlemoet (heelheid) als spiritueel bewuste wezens ons oproept om een ​​leven van verwondering, gevoeligheid en het voortdurende streven naar de allerbeste versie van onszelf te zijn na te streven. Daarvoor is een ontvankelijk hart een cruciaal uitgangspunt.

De passage in Joodse bronnen die deze taak het mooist illustreert, is een zin die stelt dat het doel van de mitswot l’tzaref bahen et habriot is, om ons te verfijnen, om ons het inzicht te geven in een leven dat opener van hart is, bewuster van de schoonheid en het leed om ons heen (zie bijvoorbeeld Genesis Rabbah 48:1).

Ik ben altijd al aangetrokken geweest tot Mussar in mijn Joodse studies en onderzoek, en toen ik me er weer diepgaand in verdiepte (jazeker, door Alan Morinis en het Mussar Instituut), ontdekte ik dat van de verschillende stemmen binnen de Mussar-wereld de leer van Rabbi Simcha Zissel Ziv van Kelm, Litouwen (De Alter van Kelm) mij het meest aansprak.

In een zeer eenvoudige bewoording stelt hij dat we begiftigd zijn met twee soorten evarim (vermogens). Letterlijk betekent evarim ledematen; fysieke en geestelijke. God heeft ons de middelen gegeven om in de materiële wereld te functioneren, om ons lichaam te bewegen, maar ook om onze ziel te bewegen (Sefer Chochma U’Mussar, deel 2, blz. 325).

Het allerbelangrijkste in de wereld van de Alter is het ideaal van gelijkmoedigheid, menuchat hanefesh; neem de tijd, wees precies en maak de geest overzichtelijk. Hij stelt ook dat er geen afleiding is zoals een verstrooide geest, geen sereniteit zoals een serene en geordende geest.

Hij was een voorstander van hitlamdoet, langzaam, repetitief en diepgaand leren; een soort leren dat zichzelf versterkt en meten wat men eerder dacht, wat men nu weet en wat men nog moet leren. Hij spoorde zijn studenten aan om zich te concentreren op de diepgang, om ontevreden te zijn over het oppervlakkige op welk gebied van het leven dan ook. Hij geloofde dat zaken als geduld en rede, en zelfs algemene wereldkennis, iemand zouden helpen zijn ziel te ontwikkelen.

Tegelijkertijd pleitte hij voor een naar buiten gericht leven; een leven van het omarmen van wat Pirkei Avot beschrijft als nos’ei b’ole im chaveiro, om de last van de ander te helpen dragen. Het lijden van een ander is onze zaak.

De behoefte aan de aanpak van rabbijn Simcha Zissel is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. We worden zo overspoeld met informatie dat we geen tijd en alsmaar afnemende capaciteit hebben om de diepte van een probleem te doorgronden; om zelf na te denken.

In een wereld die wordt gekenmerkt door chaos is zijn oproep tot pauze – en tot geordend denken – een cruciaal uitgangspunt.

Wanneer alles een strijdtoneel is en we onze stem vooral gebruiken om verontwaardiging te uiten, kunnen we herinnerd worden aan het tegengif van rabbijn Simcha Zissel tegen woede. Telkens wanneer hij voelde dat hij zijn woede toenam, stopte hij even om een ​​bepaald kledingstuk aan te trekken dat hij voor zulke momenten had bestemd. Tegen de tijd dat hij zich omkleedde, zou zijn woede verdwenen zijn.

En in een wereld waar kunstmatige intelligentie zoveel van de manier waarop we werken, denken en functioneren op zijn kop zal zetten, wil de Alter ons laten pauzeren, het lastige werk doen en zelf nadenken. Streef naar een scherpzinnig hart.

Rabbi Simcha Zissel benadrukte dat de opening van ons hart voor heiligheid en spirituele diepgang geleidelijk moet gebeuren. We groeien elke dag een beetje verder. Er zijn geen kortere wegen op het pad naar ware spirituele diepten. Maar de reis zelf is heilig.

Ik weet niet helemaal zeker waarom zijn aanpak altijd bij mij zijn weerklank heeft gevonden. Misschien heeft het iets in mij geraakt hoe ik over het algemeen in het leven functioneer. Misschien had het iets te maken met het feit dat de school die hij in Kelm stichtte bekend stond als de Talmoed Torah, dezelfde naam als de school waar ik als kind in Minneapolis naar toe ging.

Misschien ligt het zelfs dieper dan dat. Ik wist dat mijn moeders kant van de familie uit Litouwen kwam, al wist ze nooit precies waar. Op de ochtend van haar begrafenis presenteerde mijn neef, de familiehistoricus, trots zijn onderzoek. Haar familie kwam uit een klein stadje dat bekend staat als Kelm. Dit was de eerste keer dat ik dit nieuws hoorde, en het was een geweldige bron van troost en verbinding.

Dus ik veronderstel dat een klein beetje Kelm en rabbijn Simcha Zissel in mijn DNA zijn gebakken. Wat nog belangrijker is, ik hoop dat zijn pad mijn hart zal openen voor de liefde voor God en alles wat dat met zich meebrengt.

Nu we dit seizoen van troost ingaan, hoop ik dat we allemaal de leraren en paden zullen vinden die ons zullen helpen ons hart te verzachten, zodat we onze ziel kunnen laten groeien.

Rabbi Jim Rosen heeft de afgelopen 34 jaar gediend als rabbijn van de Beth El Temple in West Hartford, CT. Hij heeft ontdekt dat Mussar centraal staat in zijn lessen, studie en persoonlijke spirituele leven.

Download deze parasha

Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.

Parasja Devarim

“Gevoeligheid”

Rav Shneur Kotler, zt’l, Rosh Yeshivah van Beth Medrash Govoha van Lakewood, was een bescheiden gaon (Torah-genie), de opvolger en zoon van de stichter van de yeshivah, Rav Aharon Kotler, zt’l. In 1940, toen hij pas verloofd was, ontsnapte Rav Shneur aan de verschrikkingen van Europa naar Israël, waar hij de oorlogsjaren doorbracht bij zijn illustere grootouders, Rav Isser Zalman en Rebbetzin Baila Hinda Meltzer, en studeerde in Jeruzalem. Ondertussen was zijn aanstaande kallah (bruid), Rebbetzin Rishel, ook uit Europa ontsnapt en zij heeft jaren in Japan en Shanghai doorgebracht.

Tijdens die chaotische en pijnlijke jaren van afstand tot zijn ouders en verloofde ontwikkelde Rav Shneur een bijzonder nauwe relatie met zijn grootouders. Toen na zes lange jaren de dag aanbrak waarop Rav Shneur naar zijn nieuwe huis in de Verenigde Staten zou gaan om met hen herenigd te worden, was hun afscheid met pijn in het hart.

Rav Isser Zalman, de geliefde Rosh Yeshivah van Etz Chaim Yeshiva, was vervuld van emotie toen hij zijn geliefde kleinzoon vergezelde vanuit hun appartement op de derde verdieping in Jeruzalem. Plotseling, toen ze de overloop op de tweede verdieping bereikten, stopte Rav Isser Zalman abrupt en zegende Rav Shneur in tranen, hem uitbundig omhelzend en kussend, en draaide zich toen om en begon de trap terug naar hun appartement te beklimmen.

Een aanwezig familielid was in de war waarom Rav Isser Zalman halverwege was gestopt, en vroeg de liefhebbende Zaidy (grootvader) waarom hij zijn geliefde kleinzoon niet helemaal naar de taxi had begeleid die beneden wachtte?

Rav Isser Zalman werd stil en zei: “Ik dacht bij mezelf: de gruwelijke oorlog is net voorbij. Mijn Shneur is op weg naar zijn choepah, maar er zijn duizenden andere “Shneurs” vermoord die nooit die zechut (vreugde) zullen hebben. Veel van onze buren hier in Jeruzalem zijn overlevenden die net als hij jonge familieleden hebben verloren. Ze hadden mij misschien mijn kleinzoon zien omhelzen en voelden extra smart…

Toen Rav Michel Yehudah Lefkovitch, zt’l, een goede leerling van Rav Isser Zalman dit aangrijpende verhaal opnieuw hoorde vertellen, onderdrukte hij de tranen en fluisterde: “Oy … ik kende ook zoveel van die Shneurs …”

***

Deze Shabbat, Shabbat Chazon, markeert het begin van Sefer Devarim, Moshe Rabbenoe’s ‘zwanenzang’, de Torah-versie van een ‘laatste woorden’ van de grootste leider aller tijden.

Terwijl we met Sefer Devarim beginnen, staat Moshe Rabbeenoe voor een nieuwe generatie en beschouwt het verleden opnieuw om een ​​erfenis over te dragen. De laatste woorden van onze grote leider brengen een leven vol ervaring, waarden en liefde over. Geladen met geheugen en een verantwoordelijkheid ten aanzien van continuïteit, is de opening van dit laatste boek van de Torah een oproep aan ons om de woorden van Moshe te horen als een opdracht, om zijn boodschap voort te dragen met dezelfde gevoeligheid, toewijding en liefde die de ene generatie Torah aan de volgende bindt.

Chazal legt uit dat Moshe door HaShem was uitgekozen om Am Jisra’el te leiden als resultaat van zijn open hart, gevoeligheid en bereidheid om de last van zijn broeders en zusters te delen. Moshe was opgegroeid in de aristocratie van het Egyptische paleis en zocht contact met zijn broeders en kwam herhaaldelijk namens hen tussenbeide.

וַיְהִי  בַּיָּמִים הָהֵם וַיִּגְדַּל מֹשֶׁה וַיֵּצֵא אֶל־אֶחָיו וַיַּרְא בְּסִבְלֹתָם וַיַּרְא אִישׁ מִצְרִי מַכֶּה אִישׁ־עִבְרִי מֵאֶחָיו

“Na verloop van tijd toen Moshe volwassen was geworden en eens naar buiten naar zijn broeders ging en naar hun dwangarbeid keek zag hij een Egyptische man een Hebreeuwse man, één van zijn broeders, slaan.”
(Sjemot: 2:11)

Rasji merkt op dat Moshe נתן עיניו ולבו להיות מצר עליהם, toen hij zag hoe de Egyptische leermeester de Ivri (Hebreeuws) sloeg, “zijn ogen en zijn hart op hen richtte om [bij hen in hun] nood te zijn.”

Nog fundamenteler voor de identiteit van Moshe Rabbeenoe, ‘Onze Leraar’ en de grootste profeet die ooit heeft geleefd, is dat hij een man was met een grote morele gevoeligheid, vriendelijkheid en liefde. Hij was met elke vezel van zijn wezen toegewijd aan de gemeenschap van Israël, “hij gaf zijn ogen en hart aan het zijn van Meitzar Aleihem, verontrust over hen.”

Een parallel met Rashi’s beschrijving van Moshe’s gevoeligheid voor mensen wordt gevonden in de openings siman (sectie) van de Sjoelchan Aroech, de Codex van de Joodse Wet (Ohr haChayim, 1:3), met betrekking tot de Tempel: “Het is passend voor ieder persoon die hemelse angst (yirah) heeft om meitzar te zijn, gekweld en bezorgd over de vernietiging van de Tempel.”

Er zijn in onze geschiedenis zo vaak momenten geweest waarop we ondoorgrondelijk liefdesverdriet en verlies hebben geleden, en Tisha b’Av is de dag waarop we onszelf toestaan ​​om in de pijn en het verdriet van dit alles te zitten. Shabbat Chazon, die onmiddellijk voorafgaat aan onze nationale dag van rouw, is een tijd voor ons om onze ogen en harten te openen voor het lijden van onze natie, om alle ‘Shneurs’ uit onze geschiedenis te herdenken, en om te onthouden dat we ondanks al het persoonlijke lijden en de ontberingen standvastigheid en veerkrachtig geloof hebben getoond. We hebben ons nooit afgewend van ‘gekweld en bezorgd’ te zijn over onze Tempel, ons kostbare gemeenschappelijke en spirituele centrum. En we hebben altijd onze ogen en ons hart gericht op het welzijn van onze broeders en zusters, en zullen dat ook altijd blijven doen.

Moge deze Tisha b’Av worden omgezet in een dag van feestvieren en vreugde, met spoedig een einde aan alle angst en de spoedige komst van Masjiach, bi-m’heirah.

Rav Judah Mischel is directeur van Camp HASC, de Hebreeuwse Academie voor Speciale Kinderen, en de auteur van de Baderech-serie. Rav Judah woont in Ramat Beit Shemesh met zijn vrouw Ora en hun gezin.

Download deze parasha

Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.