Parasja Devarim
“Gevoeligheid”
Rav Shneur Kotler, zt’l, Rosh Yeshivah van Beth Medrash Govoha van Lakewood, was een bescheiden gaon (Torah-genie), de opvolger en zoon van de stichter van de yeshivah, Rav Aharon Kotler, zt’l. In 1940, toen hij pas verloofd was, ontsnapte Rav Shneur aan de verschrikkingen van Europa naar Israël, waar hij de oorlogsjaren doorbracht bij zijn illustere grootouders, Rav Isser Zalman en Rebbetzin Baila Hinda Meltzer, en studeerde in Jeruzalem. Ondertussen was zijn aanstaande kallah (bruid), Rebbetzin Rishel, ook uit Europa ontsnapt en zij heeft jaren in Japan en Shanghai doorgebracht.
Tijdens die chaotische en pijnlijke jaren van afstand tot zijn ouders en verloofde ontwikkelde Rav Shneur een bijzonder nauwe relatie met zijn grootouders. Toen na zes lange jaren de dag aanbrak waarop Rav Shneur naar zijn nieuwe huis in de Verenigde Staten zou gaan om met hen herenigd te worden, was hun afscheid met pijn in het hart.
Rav Isser Zalman, de geliefde Rosh Yeshivah van Etz Chaim Yeshiva, was vervuld van emotie toen hij zijn geliefde kleinzoon vergezelde vanuit hun appartement op de derde verdieping in Jeruzalem. Plotseling, toen ze de overloop op de tweede verdieping bereikten, stopte Rav Isser Zalman abrupt en zegende Rav Shneur in tranen, hem uitbundig omhelzend en kussend, en draaide zich toen om en begon de trap terug naar hun appartement te beklimmen.
Een aanwezig familielid was in de war waarom Rav Isser Zalman halverwege was gestopt, en vroeg de liefhebbende Zaidy (grootvader) waarom hij zijn geliefde kleinzoon niet helemaal naar de taxi had begeleid die beneden wachtte?
Rav Isser Zalman werd stil en zei: “Ik dacht bij mezelf: de gruwelijke oorlog is net voorbij. Mijn Shneur is op weg naar zijn choepah, maar er zijn duizenden andere “Shneurs” vermoord die nooit die zechut (vreugde) zullen hebben. Veel van onze buren hier in Jeruzalem zijn overlevenden die net als hij jonge familieleden hebben verloren. Ze hadden mij misschien mijn kleinzoon zien omhelzen en voelden extra smart…
Toen Rav Michel Yehudah Lefkovitch, zt’l, een goede leerling van Rav Isser Zalman dit aangrijpende verhaal opnieuw hoorde vertellen, onderdrukte hij de tranen en fluisterde: “Oy … ik kende ook zoveel van die Shneurs …”
***
Deze Shabbat, Shabbat Chazon, markeert het begin van Sefer Devarim, Moshe Rabbenoe’s ‘zwanenzang’, de Torah-versie van een ‘laatste woorden’ van de grootste leider aller tijden.
Terwijl we met Sefer Devarim beginnen, staat Moshe Rabbeenoe voor een nieuwe generatie en beschouwt het verleden opnieuw om een erfenis over te dragen. De laatste woorden van onze grote leider brengen een leven vol ervaring, waarden en liefde over. Geladen met geheugen en een verantwoordelijkheid ten aanzien van continuïteit, is de opening van dit laatste boek van de Torah een oproep aan ons om de woorden van Moshe te horen als een opdracht, om zijn boodschap voort te dragen met dezelfde gevoeligheid, toewijding en liefde die de ene generatie Torah aan de volgende bindt.
Chazal legt uit dat Moshe door HaShem was uitgekozen om Am Jisra’el te leiden als resultaat van zijn open hart, gevoeligheid en bereidheid om de last van zijn broeders en zusters te delen. Moshe was opgegroeid in de aristocratie van het Egyptische paleis en zocht contact met zijn broeders en kwam herhaaldelijk namens hen tussenbeide.
וַיְהִי בַּיָּמִים הָהֵם וַיִּגְדַּל מֹשֶׁה וַיֵּצֵא אֶל־אֶחָיו וַיַּרְא בְּסִבְלֹתָם וַיַּרְא אִישׁ מִצְרִי מַכֶּה אִישׁ־עִבְרִי מֵאֶחָיו
“Na verloop van tijd toen Moshe volwassen was geworden en eens naar buiten naar zijn broeders ging en naar hun dwangarbeid keek zag hij een Egyptische man een Hebreeuwse man, één van zijn broeders, slaan.”
(Sjemot: 2:11)
Rasji merkt op dat Moshe נתן עיניו ולבו להיות מצר עליהם, toen hij zag hoe de Egyptische leermeester de Ivri (Hebreeuws) sloeg, “zijn ogen en zijn hart op hen richtte om [bij hen in hun] nood te zijn.”
Nog fundamenteler voor de identiteit van Moshe Rabbeenoe, ‘Onze Leraar’ en de grootste profeet die ooit heeft geleefd, is dat hij een man was met een grote morele gevoeligheid, vriendelijkheid en liefde. Hij was met elke vezel van zijn wezen toegewijd aan de gemeenschap van Israël, “hij gaf zijn ogen en hart aan het zijn van Meitzar Aleihem, verontrust over hen.”
Een parallel met Rashi’s beschrijving van Moshe’s gevoeligheid voor mensen wordt gevonden in de openings siman (sectie) van de Sjoelchan Aroech, de Codex van de Joodse Wet (Ohr haChayim, 1:3), met betrekking tot de Tempel: “Het is passend voor ieder persoon die hemelse angst (yirah) heeft om meitzar te zijn, gekweld en bezorgd over de vernietiging van de Tempel.”
Er zijn in onze geschiedenis zo vaak momenten geweest waarop we ondoorgrondelijk liefdesverdriet en verlies hebben geleden, en Tisha b’Av is de dag waarop we onszelf toestaan om in de pijn en het verdriet van dit alles te zitten. Shabbat Chazon, die onmiddellijk voorafgaat aan onze nationale dag van rouw, is een tijd voor ons om onze ogen en harten te openen voor het lijden van onze natie, om alle ‘Shneurs’ uit onze geschiedenis te herdenken, en om te onthouden dat we ondanks al het persoonlijke lijden en de ontberingen standvastigheid en veerkrachtig geloof hebben getoond. We hebben ons nooit afgewend van ‘gekweld en bezorgd’ te zijn over onze Tempel, ons kostbare gemeenschappelijke en spirituele centrum. En we hebben altijd onze ogen en ons hart gericht op het welzijn van onze broeders en zusters, en zullen dat ook altijd blijven doen.
Moge deze Tisha b’Av worden omgezet in een dag van feestvieren en vreugde, met spoedig een einde aan alle angst en de spoedige komst van Masjiach, bi-m’heirah.
Rav Judah Mischel is directeur van Camp HASC, de Hebreeuwse Academie voor Speciale Kinderen, en de auteur van de Baderech-serie. Rav Judah woont in Ramat Beit Shemesh met zijn vrouw Ora en hun gezin.

Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.



