Parasha Vajeshev
Vorige week lazen we over Jakobs terugkeer naar huis na zijn twintigjarige verblijf bij oom Laban, nadat hij zich onderweg had verzoend met zijn tweelingbroer Esau. Onze parasha van deze week begint met Jakob die nu in het land van zijn voorouders woont en tegelijkertijd te maken krijgt met nieuwe familieomstandigheden. Net zoals het verhaal van zijn vader in parasha Toldot onmiddellijk plaatsmaakte voor het verhaal van de tweelingbroers, zo maakt Jakobs verhaal in parasha Vajeshev plaats voor de verhalen over zijn kinderen, met een speciale focus op Jozef. Al in het tweede vers van de parasha van deze week lezen we: “Israël hield het meest van Jozef van al zijn zonen, omdat hij zijn ‘kind van ouderdom’ was.” Het vers besluit met de opmerking dat Jakob ‘een versierde tuniek voor hem maakte’. Dit is de veelkleurige (of “technicolor”) droomjas waar vanalles over is gezegd door de generaties.
Die voorkeur en dat cadeau van Jakob vormen de basis voor gevoelens van jaloezie en afgunst. We lezen: “Toen zijn broers zagen dat hun vader Jozef meer liefhad dan al zijn broers, haatten ze hem zo erg dat ze geen vriendelijk woord meer met hem konden spreken.” Dit wordt nog eens versterkt wanneer Jozef de uitlegger van dromen wordt. In de volgende verzen van onze sidra lezen we:
Eens had Jozef een droom die hij aan zijn broers vertelde; en ze haatten hem nog meer. Hij zei tegen hen: “Luister naar deze droom die ik gehad heb: Wij waren schoven aan het binden op het veld, toen plotseling mijn schoof overeind ging staan en bleef staan; toen verzamelden jullie schoven zich eromheen en bogen diep voor mijn schoof.” Zijn broers antwoordden: “Ben je van plan over ons te heersen? Ben je van plan over ons de baas te spelen?” En ze haatten hem nog meer vanwege zijn gepraat over zijn dromen.
Haat – een emotie zo oud als de tijd zelf. Denk aan het verhaal van Kaïn en Abel, waar we deze emoties voor het eerst tegenkomen. Vervolgens lezen we:
Hij droomde nog een droom en vertelde die aan zijn broers. Hij zei: Kijk, ik heb nog een droom gehad: nu, kijk, de zon, de maan en elf sterren bogen voor mij neer! Toen hij het aan zijn vader en zijn broers vertelde, berispte zijn vader hem en zei tegen hem: “Wat is dit voor een droom die je hebt gehad! Moeten we komen – ik, je moeder en je broers – om voor je neer te buigen tot op de grond?” Zijn broers waren jaloers op hem, terwijl zijn vader de kwestie in gedachten hield.
Zoals we zien, versterkt het navertellen van Jozefs dromen, samen met zijn interpretaties, alleen maar de gevoelens van afgunst en jaloezie van de broers.
Rabbi Nosson Tzvi Finkel, de Alter van Slabodka, becommentarieert de gevaren van het zaaien van afgunst en jaloezie:
Onze Wijzen hebben vastgesteld dat alle gebeurtenissen die ons volk in Egypte overkwamen zich ontvouwden als gevolg van Jakobs relatie met Jozef. De Schrift zegt: “En Israël hield meer van Jozef dan van al zijn zonen, want hij was een zoon van zijn ouderdom, en hij maakte hem een gestreepte tuniek.” Hierdoor wekte Jakob de jaloezie van de broers op… Onze Wijzen leren hieruit: “Men mag nooit één kind onderscheiden van de andere kinderen “, want vanwege het gewicht van extra twee maten wol dat Jakob aan Jozef gaf, meer dan aan zijn andere zonen, werden de broers jaloers op hem, en de zaak ontwikkelde zich verder en onze voorouders gingen naar Egypte.” Dat wil zeggen, vanwege deze daad kwam de vreselijke straf van de Egyptische slavernij.
Een stukje verderop leert de Alter:
Hieruit begrijpen we hoe subtiel de fout was in Jakobs gedrag toen hij de gestreepte tuniek voor Jozef maakte… Jakobs bedoeling was voor het goede: Jozef een beloning geven voor zijn uitmuntendheid, zoals de Schrift opmerkt, “want Jozef was voor hem een zoon van zijn ouderdom.”
Bovendien wilde hij onder de broers קנאת סופרים – kin’at sofrim – afgunstige rivaliteit onder Torah-studenten opwekken. Onze Wijzen, gezegend zij hun nagedachtenis, interpreteerden deze kin’at sofrim positief en stelden: “Jaloezie onder studenten vergroot de wijsheid.”
Desondanks raakten de gebeurtenissen, door deze kleine fout in Jakobs gedrag, namelijk dat hij onderscheid maakte tussen zijn zonen, zo ernstig verstrengeld dat Jozef zijn broers verdacht van dingen die niet waar waren en hen tot jaloezie en haat bracht, zoals de Schrift getuigt: “En zijn broers waren jaloers op hem.” En zoals we lezen: “Ze haatten hem en konden niet op een vreedzame manier met hem spreken.”
Dit is een behoorlijk zware last om Jozef op te leggen, en zelfs op Vader Jakob. En we weten dat het verblijf in Egypte al voorspeld was in de tijd van Jakobs grootvader, Abraham.
In een commentaar op onze parasha citeert rabbijn Mordechai Appel deze les van de Alter van Slabodka en merkt op dat onze lezing twee natuurlijke, maar potentieel gevaarlijke menselijke emoties benadrukt: jaloezie en afgunst. Hij schrijft:
Kijkend naar de dromen van Jozef, zien we twee verschillende reacties van de broers. De eerste droom toonde de schoven van de broers die zich neerbogen voor de schoof van Jozef. Toen de broers dit hoorden, haatten ze Jozef vanwege zijn droom. In de volgende droom bogen de zon, de maan en elf sterren zich neer voor Jozef. Deze keer was de reactie echter niet haat, maar eerder afgunst.
Rabbijn Appel wijst ons op het onderscheid dat de Alter maakt tussen deze emoties. Hij schrijft:
De Alter van Slabodka legt uit dat in de eerste droom de schoven gashmiyut / materialistische bezigheden vertegenwoordigen. Jozef vertelde zijn broers dat hij rijker dan hen zou zijn en superieur aan hen. Zo’n boodschap is moeilijk te accepteren, vooral wanneer het gevoel bestaat dat degene die de boodschap brengt zichzelf als belangrijker voorstelt en dit alleen doet voor zijn eigen persoonlijke zelfverheerlijking. Het eindresultaat was een gevoel van haat jegens hem.
In de tweede droom vertegenwoordigen de zon, maan en sterren de hemelse sferen. Dit was een droom over ruchaniyut / spirituele bezigheden. Jozef vertelde hen dat hij superieur aan hen zou zijn in spirituele zaken. Dit veroorzaakte afgunst, omdat de broers voor zichzelf hetzelfde wilden.
Zoals we van onze leraren bij het Mussar Instituut hebben geleerd, merkt rabbijn Appel op dat elke middah langs een continuüm kan worden gevolgd, twee extreme posities met een breed middenveld ertussenin. In de meeste gevallen zouden we moeten streven naar een standpunt en gedrag dat binnen dat brede midden valt. Toch, zoals Alan Morinis ons heeft geleerd, zijn er momenten waarop we, afhankelijk van de omstandigheden, naar het ene of het andere uiterste moeten neigen: of onszelf weer in evenwicht moeten brengen binnen dat brede midden.
Terugkerend naar het commentaar van rabbijn Appel, merkt hij op:
In onze parasha geeft de Torah ons inzicht in de middah van kin’ah / jaloezie. Laten we proberen beide kanten van deze krachtige karaktereigenschap te begrijpen. Enerzijds vinden we in Talmoed Bava Batra 21a dat “jaloezie onder talmidei chachamim wijsheid vergroot.” Dat wil zeggen jaloezie kan iets goeds zijn.
Toch vinden we ook een vers dat ons vertelt dat “jaloezie de botten doet verrotten.” Dat wil zeggen, het vreet aan de beste delen van een persoon, waardoor diegene niets overhoudt.
Kin’ah / jaloezie kan een motivator zijn, wanneer het iemand inspireert om niveaus van gadlut / grootheid te bereiken die anders onbereikbaar zouden zijn geweest. Toch waarschuwt koning Salomo ons in Spreuken om met een stok van drie meter ver van kin’ah vandaan te blijven.
We leven allemaal met jaloezie en afgunst en ervaren dit ook. Laten we eens kijken tot welke middot we ons kunnen wenden om onze gevoelens van kin’ah / jaloezie en sin’ah / haat te beheersen. We kunnen ons richten op ayin tovah / een “goed oog” hebben terwijl we de woorden en daden van anderen observeren en proberen te begrijpen. We kunnen ook, in de geest van rabbijn Moshe Chaim Luzzatto, neigen naar zehirut / waakzaamheid, opdat we niet toestaan dat onze emoties ons leiden naar woorden en daden waar we later spijt van krijgen.
Moge de sjabbat ons rustige momenten bieden om na te denken over onze week, onze woorden, onze daden en onze relaties, zodat we kunnen leren van onze Bijbelse voorouders en van onze eigen zielenleer, terwijl we eraan werken een betere versie van onszelf te worden.
TER FOCUS:
- Heb je de afgelopen week jaloezie of afgunst gevoeld? Heb jij jouw Mussar-tools kunnen gebruiken om te voorkomen dat je toegeeft aan de donkere kanten van deze twee krachtige emoties?
- Is er een relatie waarin je schade hebt ondervonden door kin’ah / jaloezie of sin’ah / haat? Hoe kunnen ayin tovah / met een goed oog kijken, of zehirut / voorzichtigheid of waakzaamheid je helpen om weer in balans te komen?

Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.




