Parashah Wa’etchanan
Afgelopen weekend bracht ons naar een moeilijke Tisja Be’Av. Volgens de overlevering worden op deze datum in onze kalender, naast de verwoesting van de beide Tempels, diverse donkere tijden herdacht. Tisja Be’Av is al een van de donkerste dagen op onze Hebreeuwse kalender, maar dit jaar viel deze dag van rouw en vasten in een bijzonder moeilijke tijd in onze huidige wereld. Samen met andere realiteiten was dit de tweede Tisja Be’av sinds 7 oktober 2023, en ging gepaard met additionele angst en gruwel.
In Strive for Truth (Streef naar Waarheid) presenteert Rabbi Aryeh Carmell, een naaste leerling van Rabbi Eliyahu Dessler, Mussar-lessen uit Michtav Me’Eliyahu, aangezien het een verzameling van Rav Desslers belangrijke lessen is. Rabbi Carmell stelde deze lessen samen en bewerkte ze samen met Rabbi Chaim Friedlander, eveneens een naaste leerling van Rav Dessler. In het deel met lessen over Torah-gedeelten brengt Rabbi Carmell een les van zijn leermeester over onze parasha, getiteld: “Het Doel van Lijden.” De les opent met een citaat uit Devariem (Deuteronomium) 4:27–28:
וְהֵפִ֧יץ יְהֹוָ֛ה אֶתְכֶ֖ם בָּעַמִּ֑ים וְנִשְׁאַרְתֶּם֙ מְתֵ֣י מִסְפָּ֔ר בַּגּוֹיִ֕ם אֲשֶׁ֨ר יְנַהֵ֧ג יְהֹוָ֛ה אֶתְכֶ֖ם שָֽׁמָּה׃
De Eeuwige zal jullie onder de volkeren verstrooien, en jullie zullen slechts klein in aantal overblijven onder de volken, waarheen de Eeuwige jullie zal voeren.
וַעֲבַדְתֶּם־שָׁ֣ם אֱלֹהִ֔ים מַעֲשֵׂ֖ה יְדֵ֣י אָדָ֑ם עֵ֣ץ וָאֶ֔בֶן אֲשֶׁ֤ר לֹֽא־יִרְאוּן֙ וְלֹ֣א יִשְׁמְע֔וּן וְלֹ֥א יֹֽאכְל֖וּן וְלֹ֥א יְרִיחֻֽן׃
Daar zullen jullie goden dienen, werk van mensenhanden, van hout en steen, die kunnen zien noch horen, eten noch ruiken.
Rav Dessler merkt op dat “lijden en ballingschap door HaShem worden gestuurd met verschillende doeleinden. Ze kunnen een straf zijn voor zonden; en straf, zoals we weten, is bedoeld om ons te onderwijzen en onze fouten te corrigeren.” Zeker in de afgelopen twee millennia zijn de verwoestingen die we op Tisja Be’Av herdenken, door velen begrepen en verklaard als het gevolg van de zonden van het volk Israël.
Deze sjabbat is, naast Sjabbat Wa’etchanan, ook bekend als Sjabbat Nachamo, de Sjabbat van Troost. De naam komt uit de openingswoorden van de haftara-lezing voor deze sjabbat:
נַחֲמ֥וּ נַחֲמ֖וּ עַמִּ֑י יֹאמַ֖ר אֱלֹהֵיכֶֽם׃
Troost, troost Mijn volk,
zegt uw God. [Jesaja 40:1]
Dit is de eerste in een reeks van zeven Haftarot van troost, alle afkomstig uit de latere hoofdstukken van Jesaja, waarvan wordt aangenomen dat ze zijn samengesteld na de verwoesting van de Eerste Tempel in 586 v.Chr. Deze periode van zeven weken na Tisja Be’Av leidt ons naar Rosj HaShana. Naarmate we de maand Eloel naderen, richten we ons op teshuvah (berouw/inkeer).
Rav Dessler stelt: “Het kwaad kan zo’n niveau hebben bereikt dat de hoop op teshuvah vrijwel verloren is. Het Goddelijke oordeel kan dan besluiten alle steun weg te nemen en de dingen hun gang te laten gaan, zelfs als dit leidt tot totale vernietiging, moreel, en uiteindelijk ook fysiek.” Rabbi Carmell verbindt deze uitspraak van zijn leraar met Pirkei Avot 4:2:
Ben Azai zei: Loop haastig voor een kleine mitsva en ontvlucht elke overtreding, want de ene goede daad brengt de andere met zich mee en evenzo de ene overtreding de andere. Het loon voor de ene mitsva is het uitvoeren van de volgende, en de vergelding voor de ene overtreding is het plegen van de volgende.
Rav Dessler leert: “Ook barmhartigheid bepaalt dit pad, zoals de Mishnah ons vertelt: ‘De dood voor de goddelozen is goed voor hen en is goed voor de wereld.’” Zijn woorden kunnen ons des te meer raken in deze moeilijke tijden voor onze broeders en zusters in Israël; voor de families van hen die nog steeds in gevangenschap in Gaza zitten; en voor allen die lijden in deze duistere tijd. Mijn bedoeling hier is niet om commentaar te geven op de actualiteit, maar om een les van Rav Dessler aan te reiken die ieder van ons kan meenemen op zijn/haar Mussar-reis.
Later in zijn les stelt Rav Dessler: “Onze Rabbijnen leren ons gevoelig te zijn voor alles wat ons overkomt in het dagelijks leven.” Ongeacht hoe we de meer dan 670 dagen sinds 7 oktober beschouwen, en wat er in deze moeilijke maanden is gebeurd, biedt Rav Dessler ons een boodschap die we ter harte zouden moeten nemen, én tot onze ziel zouden moeten laten doordringen.
Terugkerend naar het eerder door hem aangehaalde thema, naar datgene wat onze taak is op weg naar het jaar 5786 – worden we aangespoord om onze woorden, gedachten en daden te onderzoeken op de weg van teshuvah. Zoals Rav Dessler stelt over het dagelijks leven: “God geeft ons voortdurend aanwijzingen en het is aan ons om die aanwijzingen op te merken.” Ook al verkeren wij misschien niet in het fysieke gevaar waarin anderen zich nu bevinden, Rav Dessler leert ons dat we die aanwijzingen zouden moeten zien als vingerwijzingen “van HaShem dat ons spirituele leven in gevaar is”.
Voor mij persoonlijk geldt dat ik mij elke dag van deze meer dan 670 dagen uitgedaagd heb gevoeld, terwijl ik het nieuws volg uit die geteisterde regio. Mijn Mussar-praktijk daagt mij uit om mezelf af te vragen of ik de middah (karaktereigenschap) van achrajut / verantwoordelijkheid voldoende omarm in relatie tot mijn mede-Joden in Israël. Tegelijkertijd daagt het mij ook uit om mijn blik te verruimen, want ik hecht groot belang aan de overlevering dat ieder mens geschapen is als Tzelem Elohiem – het beeld van God. Ik kan het kwaad niet negeren van degenen die deze maanden van pijn en vernietiging in gang hebben gezet. Maar ik kan ook het lijden van anderen, andere beelden van het Goddelijke, die gevangen zitten in dit conflict, niet negeren.
Als ik mijn reis vanaf Tisja Be’Av begin, en mij voorbereid op het belangrijke werk van teshuvah tussen afgelopen weekend en de komende Heilige Dagen, word ik getroffen door Rav Dessler’s verwijzing naar een debat tussen de vroege rabbijnse wijzen, Rabbi Eliezer en Rabbi Jehosjoea, over Israël en haar mogelijkheid tot verlossing. Rav Dessler leert: “Rabbi Eliezer hield vol dat er geen uiteindelijke verlossing zou zijn zonder teshuvah, terwijl Rabbi Jehosjoea beweerde dat teshuvah niet noodzakelijk was.”
Ik hoor zijn woorden, en ik denk aan de veelheid aan stemmen die ik hoor binnen onze Joodse gemeenschap, als zij reflecteren en reageren op de gebeurtenissen van deze afgelopen 670+ dagen. Ieder van ons zal zijn of haar eigen conclusies trekken. Maar we moeten ernaar streven om één volk te blijven. Ik houd mij vast aan de droom dat dit mogelijk is.
Daarom zie ik voor mij – en misschien zie jij het ook zo – als onderdeel van het werk van teshuvah, de opdracht om te reflecteren op wat ik heb gedaan, en wat ik heb nagelaten te doen in deze bijna twee jaar. Zeggen dat we pijn hebben is een understatement. Maar één aspect van de Mussar-vraag die ik hoor in Rav Desslers les over Parashah Wa’etchanan, is de reflectie op mijn daden, mijn handelen, en mijn momenten van niet-handelen op weg naar het jaar 5786. Het zijn geen gemakkelijke bespiegelingen, maar ze zijn wel belangrijk!
—
VOOR FOCUS:
- Wat is de temperatuur van je neshamah / ziel nu je Tisja Be’Av achter je laat en je voorbereidt op de reis naar het nieuwe jaar?
- Welke middot (karaktereigenschappen) roepen je om je in de komende weken en maanden in te zetten voor je teshuvah-werk?
- Is er iets wat je hebt nagelaten en waar je je op zou kunnen richten als onderdeel van dit proces van teshuvah / inkeer?
Oorspronkelijke Engelse tekst (met voetnoten)
Use the link to read the original text in English.





