Uit mijn Mussar dagboek

Over ‘Enthousiasme’ –  Zerizut.

Een paar zaken moeten mij van het hart.

door Rob Cassuto

In de eerste plaats het woord enthousiasme; het is een wat lompe vertaling van zerizut.

Modern zerizut = handigheid, vlugheid, gewiekstheid (woordenboek Pimentel).
Naar mijn gevoel heeft het Mussar-woord te maken met: alertheid en toewijding.
Het Engelse woord ‘alacrity’ komt meer in de buurt.
Verder roept het woord enthousiasme bij mij weerstanden op, maar dat is persoonlijk.
Ik word niet zo gauw uiterlijk merkbaar enthousiast, maar als ik wat doe, wat mij ter harte gaat, doe ik het wel met toewijding. Ik moet zorg dragen voor mijn neiging dat ik gauw verveeld raak. Het aan de buitenwereld tónen van enthousiasme is nog wat omgeven door een merkwaardige schaamte, mijn probleem.
Het woord is ook een soms irritante stoplap: ‘enthousiaste spontane proactieve medewerker gezocht’. In de orde van ‘waanzinnig leuk’, ‘ik heb er zin in/an’, ‘het is mijn passie’ etc.
Laten we af en toe wat rustiger doen, wat minder ADHD, ben ik geneigd te zeggen.

De vertaler van Moshe Chaim Luzzatto’s Mesillat Jesjariem (plm. 1735) vertaalt zerizut met ‘zeal’, ijver. Het boek begint met ‘zehirut’, waakzaamheid – vooral tegen de zonde – en dan volgt ‘zerizut’ – ijver, vooral voor Tora studeren en mitswot doen.
Het gaat er vooral om, aldus Luzzatto, de aardse neiging tot luiheid te overwinnen en ijver te betrachten. Geef je toe aan de aardse aantrekkingskracht tot gemak dan gaat het mis, maar – en hij citeert uit Pirké Avot (5:20) – wees: ‘vurig als een luipaard, licht als een arend, snel als een hert, sterk als een leeuw om de wil te doen van je vader in de hemel’, “Hèwé eez ka-namer, kal ka-nèsjèr, rats ka-tzwi, we-gibor ka-arjeh la’asot retson awicha ba-sjamajim”.
Dat klinkt sterk, zeker als we het wat breder maken dan alleen Torastudie en die eeuwige vroomheid die zich focust op de detailregels van de halachische rituelen.
Ook goed gezien van die zwaartekracht, die ons al te lang op de bank houdt of in de stoel doet ploffen. Herkenbaar.
Wat bladerend over zerizut in het boek van Luzzatto kwam ik ook op zijn advies over hoe dankbaarheid over je bestaan – hoe rijk of arm het ook is – tegenover de Schepper je kan helpen met meer ijver een dienstbaar en goed leven te leiden. Dat stemt mij mild tegenover deze man, die ik verdenk wel obsessief vroomheid te hebben betracht in zijn tragisch korte leven.
Toch zou ik ook willen pleiten voor een gepaste luiheid. Leeuwen rusten trouwens het grootste deel van de dag. Er is een tijd van jagen en een tijd van rusten.

In de eerste plaats kan ‘zeal’ naar zijn uiterste doorslaan: wordt dan fanatisme of obsessie, dat zien we om ons heen (ultra-orthodoxie in de drie wereldreligies, vul maar aan).

In de tweede plaats moeten we onze mogelijkheden goed inschatten, we moeten de capaciteiten van ons lichaam en onze geest goed leren kennen (dat is vooral ook nederigheid in Mussar zin). De één is gezegend met onuitputtelijke energie, de ander moet erkennen minder in voorraad te hebben. Leer je grenzen kennen. Dan heb je nog: de één is avondmens de ander ochtendmens. Tegenover Rabbi Simcha Zissel Ziv, die onmiddellijk wakker geworden zijn bed uitspringt alsof een man achter hem dreigt hem te doden (Every Day Holy Day p. 12.), stel ik de wijze Rabbi Simcha (what ’s in a name!) Bunam: Toen rabbi Bunam door zijn tegenstanders werd ondervraagd, waarom hij alle morgens het gebed uitstelde, antwoordde hij: ‘De mens heeft botten die nog doorslapen als hij al wakker is. Maar er staat geschreven (psalm 35:10): “Heel mijn gebeente zal spreken: ‘Heer wie is U gelijk?’ Dus moet de mens wachten tot al zijn beenderen ontwaakt zijn”. (Martin Buber, Chassidische vertellingen, p 509)

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *