Muziek in de synagoge

Donderdag avond 22 juni speelt Di Gojim in de Portugese synagoge.

Lees het krantenbericht.

Mussar Summer Academy 2017

Nog maar enkele dagen en dan is het zover: Professor dr. Emile Schrijver, algemeen directeur van het Joods Kwartier en het Joods Historisch Museum in Amsterdam, opent het evenement in de nieuwe Uilenburger sjoel.
Donderdagavond 22 juni gaan de congresdeelnemers naar de Esnoga (Portugese Synagoge) om aldaar het Kaarslichtconcert bij te wonen. De deuren gaan daar open om 19.30 uur.

P E R S B E R I C H T

Amstelveen, mei 2017

 

MUSSAR SUMMER ACADEMY

Internationaal congres in Amsterdam

 

Donderdag 23 en vrijdag 24 juni a.s. vindt in Amsterdam de Mussar Summer Academy plaats.

Een uniek 2-daags Joods evenement met prominente sprekers w.o. Opperrabbijn Binyomin Jacobs, Alan Morinis (oprichter en decaan van het Mussar Institute USA), Dr. Bart Wallet (historicus VU/UVA) en vele anderen.

Het congres vindt plaats in de schitterend gerestaureerde Uilenburger Synagoge, in het hart van de oude Amsterdamse “Jodenbuurt”.

Lezingen, workshops en joodse gezelligheid met natuurlijk koosjere catering; aandacht wordt o.a. besteed aan Moshe Chaim Luzzatto, die een belangrijk Mussar werk schreef tijdens zijn verblijf in Amsterdam, enige honderden jaren geleden. Dit werk is nog steeds actueel en sluit naadloos aan bij het huidige tijdsbeeld.

Rode draad is hoe in de huidige roerige tijd Mussar grote universele kennis aanbiedt voor herstel van balans.

Er zal o.a. aandacht zijn voor vragen als; “hoe zo Mussar?”, “wat is Mussar eigenlijk?”

Donderdagavond 22 juni gaan de congresdeelnemers naar de Esnoga (Portugese Synagoge) om het Kaarslichtconcert bij te wonen.

De officiële opening van de Mussar Summer Academy zal door de Algemeen directeur van het Joods Cultureel Kwartier, Prof. Dr. Emile Schrijver, worden verricht.

Donderdagmorgen 22 juni om 10.00 uur

Voor verdere informatie, programma en aanmelding;

op Facebook: Mussar Summer Academy

http://mussar.eu/wp-content/uploads/2017/05/Programma-NL-Actueel-4.pdf

meer over Moshe Chaim Luzzatto:

https://mussar.eu/over-ons/luzzatto/

voor illustraties, perskaarten, afspraken voor interviews; contact Marga Vogel:

06-29 53 66 06 of sms: the.birdies@wxs.nl

 

Welke wolf wint?

Een artikel over Mussar van onze Duitse vrienden.

Het gebruikte beeld van de wolf komt uit een oud Indianen-verhaal:

Op een avond sprak een oude Cherokee Indiaan met zijn kleinzoon over een strijd die binnenin de mens plaats vindt.

“Er is een gevecht gaande binnenin mij”, zei hij tegen de jongen.

“Een verschrikkelijk gevecht en het is tussen twee wolven.”

“Eén is slecht, hij is woede, jaloezie, spijt, ellende,
hebberigheid, arrogantie, zelfmedelijden,
schuld, nijd, minderwaardigheid, leugens,
valse trots, superioriteit, twijfel en ego.”

“Eén is goed, hij is plezier, vrede, liefde, sereniteit,
bescheidenheid, vriendelijkheid,
vrijgevigheid, empathie, waarheid,
compassie, vertrouwen en hoop.”

De kleinzoon moest even nadenken en vroeg toen aan zijn grootvader:

“Welke wolf wint?”

De oude Chief reageerde eenvoudig: “Degene die jij voedt.”

Hier de link naar het Duitse artikel over Mussar.

Webinar

Al eens online een seminar gevolgd? Over Pirkei Avot, de Spreuken der Vaderen. De zes hoofdstukken worden elk in een webinar van een uur behandeld. Alles is in het Engels. Zesde en tevens laatste hoofdstuk op zondag 4 juni 2017 om 18.00 uur. Lees meer

Programma Summer Academy definitief

Het programma van de Mussar Summer Academy op 22 en 23 juni is gepubliceerd.

Hier de Nederlandse versie. (actueel per 19/5)

Hier de Engelse versie. (versie 4/5)

Mida van de Maand (7)

Twee muzikale hoogtepunten.

door Rob Cassuto.

Wanneer ik denk aan muziek in mijn leven, dan springen er twee muzikale hoogtepunten in mijn herinnering. Door de bril van Mussar denk ik dat ze te maken hebben met een basale ontroering, die ligt tussen Vreugde (simcha) en Ontzag (jira).

Liggend op mijn bed op mijn allereerste kamer, na een werkdag in mijn allereerste baan,  luisterde ik vaak naar ‘Bringing it all back home’, de eerste LP, die ik van Bob Dylan had gekocht. Dat was in 1965. Hij begon met ‘Hey ! Mr Tambourine Man, play a song for me, I’m not sleepy and there is no place I’m going to’. het overbekende nummer van de grote bard. Net als de zanger had ik  ‘nowhere to go’, nergens om naar toe te gaan en ook ik had het verlangen ‘om te dansen onder een diamanten hemel met één hand vrij wuivend, met de zee als achtergrond en omcirkeld door circuszand, niet meer denkend aan de dag van morgen’. Na dat nummer klonk de ‘Gates of Eden’ , Samen met Bob speculeerde ik over wat er achter ligt, achter de poorten van Eden. Helemaal voelde ik de diagnose van zelf en samenleving mee, die hij  in het onovertroffen ‘It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)’ op funky country akkoorden de wereld inslingerde. Neem nou: ‘hij die niet bezig is geboren te worden is bezig te sterven’ en ‘je voelt de pijn, maar niet zoals vroeger ontdek je nu dat je niet de enige bent die huilt’; ’je hoeft niet heel ver te kijken om te zien dat niet veel heilig is’ en ‘hoewel de bazen de regels maken voor de wijzen en de dwazen, heb ik niets, ma, om me aan vast te houden’. Observaties die resoneren, nog steeds eigenlijk.

Dylan is joods, maar met dat joodse was ik toen niet bezig. Veel later wel. Sinds inmiddels vele jaren zing ik eens per jaar samen met mijn Joodse gemeente tijdens de Hoge Feestdagen het smeekgebed Avinoe Malkenoe, een van de hoogtepunten in de dienst. De laatste regel is het meest bekend en wordt in vele uitvoeringen ook afzonderlijk gezongen: Avinoe Malkenoe, choneenoe wa’aneenoe kie één banoe ma’asiem, asé iemanoe tsedaka wachesed wehosjie’eenoe: “Onze Vader, onze Koning, wees ons genadig, verhoor ons, wij hebben geen daden waarop wij ons beroepen kunnen, maar toch, doe ons recht en toon genade en redt ons.” Gedragen door de aangrijpende melodie staan wij daar dan – opeens zo naakt en klein tegenover het allergrootste. En het komt dan voor, dat ik dan tranen voel branden en me toch gelukkig voel. Wat in de melodie en de tekst raakt is iets  als de ervaring, dat het kleinste, het intiemste  en het grootste in ons allen op dat moment  (bijna) samenvalt.

De bekendste versie van Avinoe Malkenoe is die van Barbra Streisand, maar beluister ook de twee prachtige versies (o.a. die van Lior) waarin  de melodie wordt gezongen, zoals wij die zingen in onze synagoge, op mijn website opgenomen: http://www.robcassuto.com/jomkipoer.html#av

Tweelingbroers (deel 3). Naar verzoening.

Het verhaal is een bewerking van de geschiedenis van Jacob en Esau (Sjemot/Genesis 25:20 ev), nu geplaatst ergens in de 19e eeuw. De universaliteit van het verhaal komt daardoor meer naar voren. De nadruk valt op de ommekeer van Jacob (geest), die zijn misleidingen onder ogen ziet, de angst voor het geweld van zijn broer (lichaam) onder ogen ziet en tenslotte komt tot verzoening.

De vorige afleveringen gemist?

Het eerste deel: klik hier

Het tweede deel: klik hier.

Deel III. Naar verzoening.

door Rob Cassuto

 

Jaco schreef bij het sober ontbijt een brief aan zijn broer, waarin hij bekende tekort te zijn geschoten in eerlijkheid , hij betuigde zijn spijt en hij bood hem voor tien jaar de helft van de inkomsten van het landgoed aan, de opbrengst van de pacht, de helft van de oogst van de boomgaarden en de helft van het nieuw geboren vee. Hij schreef met vertrouwen de ontmoeting tegemoet te zien. Per ijlbode liet hij de brief bezorgen.

Zelf ging hij ook op stap. Met kalme en stevige tred ging hij op weg naar de herberg in het naburige dorp om zijn broer Edo te ontmoeten. Wel liep hij een klein beetje mank, want hij had zijn heup wat ontwricht tijdens de worsteling, maar dat voelde als een ereteken.

Tegen twaalven kwam Jaco aan bij het dorp, dat eigenlijk niet meer was dan een lang lint van huizen langs de landweg. In de verte zag hij een man hem tegemoet komen. Het was Edo. Jaco hield stil. Zodra Edo zijn broer in het vizier kreeg begon hij te rennen. Jaco wist niet wat hij kon verwachten, je wist het bij Edo nooit… Toen Edo bij hem was nam hij zijn broer in een stevige omhelzing  en kuste hij hem op de wangen.

– Goed je te zien, broer, zei Edo.
Ze keken elkaar aan.
– Blij je te ontmoeten, zei Jaco, je ziet er goed uit.
Ze hadden allebei een brok in de keel en veegden een traan weg.
– Dat voorstel van jou, over de helft van de opbrengst, dat hoeft niet. Ik heb genoeg, zei Edo.
– Ik ben bang voor je geweest, zei Jaco.
– En ik boos, zei Edo, razend zelfs. Maar het was vannacht of een engel bij mij op visite is geweest, die de woede uit mijn donder heeft getrokken. Het deed pijn, maar het luchtte op.  Ik heb je vaak lelijk behandeld.
– Laten we in de herberg een kop thee pakken, zei Jaco.
– Misschien kunnen we wat voor elkaar betekenen, zei Edo. Het landgoed kan proviand voor de kazerne leveren en het garnizoen kan het landgoed beschermen. Overal trekken tegenwoordig roversbenden rond.


De soul traits die in dit verhaal aan de orde zijn gekomen zou je kunnen aanmerken als eerlijkheid (emmet) en moed (gewoera) in een proces van tesjoeva.

De Knikkers en de Kroon: Voorlees sessies, recensies in NIW, Israël Actueel en de Crescas Nieuwsbrief

omslag-kleiner

 

 

Er verschijnen steeds meer artikeltjes over het boek van Marga Vogel. Een uitgebreid artikel in het Nieuw Israëlitisch Weekblad, een recensie in Israël Actueel en een boekbespreking in de Nieuwsbrief van Crescas.

NIW

Israël Actueel

Nieuwsbrief van Crescas

 

 

Voorlees sessies zijn er ook, in de Amsterdamse boekhandel op 5 februari, en op scholen.

In dit videofilmpje een impressie, de auteur leest zelf voor in de klas op Rosj Pina.

Meer informatie over het boek zelf: klik hier.

 

 

 

 

Tweelingbroers (deel 2). Het gevecht.

Het verhaal is een bewerking van de geschiedenis van Jacob en Esau (Sjemot/Genesis 25:20 ev), nu geplaatst ergens in de 19e eeuw. De universaliteit van het verhaal komt daardoor meer naar voren. De nadruk valt op de ommekeer van Jacob (geest), die zijn misleidingen onder ogen ziet, de angst voor het geweld van zijn broer (lichaam) onder ogen ziet en tenslotte komt tot verzoening.

Het eerste deel gemist? klik hier

Deel II. Het gevecht.

door Rob Cassuto

Een paar jaar later werd de vader ernstig ziek en hij ontbood  Edo aan zijn bed om hem te benoemen tot zijn opvolger. Niet alleen had hij daar recht op als oudste van de twee broers, hij was ook de lieveling van zijn vader die meer hield van de sterke wilde Edo dan van de tengere bedachtzame Jaco.

Dus ging Edo op weg van de kazerne, waar hij als kapitein van een elite-eenheid was gelegerd.

Toen Rivka van haar man Isak hoorde over diens voornemen zijn opvolger aan te wijzen, waarschuwde ze Jaco. Jaco vond ze verreweg het meest geschikt om het uitgebreide landgoed te besturen. Hij  ging met overleg te werk en had een visie, Edo was wild, onberekenbaar en impulsief. Alleen: Jaco was verlegen,  dromerig, teruggetrokken, had hij maar wat van de ‘ballen’ van zijn sterke broer.  Jaco moest veel meer voor zichzelf opkomen.

– Maar ik heb al het recht van opvolging van Edo gekregen, zei Jaco tegen zijn moeder, en vertelde het verhaal over de kom met linzensoep.
–  Geweldig, zei zijn moeder, maar dat is Edo allang vergeten en je vader weet van niets. We moeten er wat aan doen. De ziekte van je vader heeft zijn ogen aangetast, daar moeten wij gebruik van maken. Hij ziet alleen maar nog wat vage schimmen. En we moeten ons haasten want je broer is al onderweg. En ze ontwierp een heel scenario dat haar oogappel moest uitvoeren.

_86362862_georgev_getty

Zo verscheen Jaco in een kapiteinsuniform, dat Rivka uit Edo’s kamer had gehaald,  bij zijn vader, die onderuitgezakt, bleek en vermagerd in een grote fauteuil bij zijn schrijftafel  zat, een deken over zijn benen. De zoon had geoefend om de bariton van zijn broer te imiteren en Rivka had een ruige snor op de bovenlip van haar zoon geplakt en haar op zijn handen, zodat Jaco’s handen op de harige knuisten van Edo leken. Bovendien had hij wat militaire termen ingestudeerd.

– Hier ben ik, zei Jaco, ik heb  een kom met linzensoep met schapenvlees voor u meegebracht.
De vader rook aan de geurige soep. Heerlijk, mompelde hij  en zette de kom aan zijn mond, dronk een paar  teugen en lepelde wat stukjes schapenvlees smakelijk naar binnen.
Toen richtte hij zijn falende ogen op Jaco en probeerde iets te ontwaren, stelde een vraag over het kazerneleven en pakte de handen van de zoon en trok hem naar zich toe, zodat Jaco’s oor dicht bij de mond van de zieke kwam.
– Mijn zoon, hierbij benoem ik je tot mijn opvolger als bestuurder van het landgoed des konings. Zet  je handtekening op dit document en het zal per koerier  naar de koning zal worden gestuurd.
Het document op de schrijftafel was door de vader aan zijn vrouw Rivka gedicteerd en die had niet de naam van Edo ingevuld maar die van Jaco. Na de handtekening bezegelde een lakstempel  dit alles.

Toen een paar uur later Edo aankwam en ontdekte hoe hij door zijn broer was belazerd, was het huis te klein voor de tomeloze razernij die hem beving. Schuimbekkend rende hij met getrokken revolver door de kamers op zoek naar de ellendeling, die hem zo had bedrogen en vernederd. Maar Jaco was al gevlucht. Zijn moeder had haar angstige zoon in een huurrijtuig gezet en hij was al een eind op weg naar zijn oom, die een schapenfarm in een ver buitenland had. De tijd zou de wonden helen, dacht zij.

Vele jaren waren verstreken, toen een koerier van de koning hem maande het bestuur van het landgoed over te nemen. De vader had niet lang meer te leven. Zo was de zoon op reis gegaan, terug naar zijn geboortestreek. Vaak hoorde hij in gedachten en dromen Edo hem verwijten maken, hem uitkafferen, bedreigen. Beter hem niet onder ogen te komen.

De bromstem van de stationschef wekte Jaco uit zijn flashback.
– Ik ga de lamp uitdoen zei de stationschef annex waard, is er nog iets van uw dienst? Reist u nog verder of wilt u een kamer hebben voor de nacht? Het is al bij twaalven.
– Graag, zei  Jaco en zo klom hij met een lantaarn in zijn hand de trap op naar de kleine bovenkamer in het huis van de stationschef.

Jaco schrok wakker.  Het was bijna volle maan. Een bleke baan licht viel in het donkere kamertje. Bewoog daar iets? Een donkere schaduw leek in zijn kamer rond te scharrelen.  Het zweet brak Jaco uit. Hij ging zitten.
– Is daar iemand?, bracht hij uit met een klein stemmetje.
Misschien wilde zijn broer de ochtend niet afwachten en was hij stilletjes de kamer in gekomen om eindelijk wraak te nemen.
De schaduw werd tastbaarder en kwam dichterbij. De man op de rand van het bed wachtte als verlamd af. Toen legde een arm zich om Jaco’s nek, de duistere gestalte omvatte hem in een knellende omarming. Was het nou Edo’s gezicht dat hij in vage trekken ontwaarde? Hij meende diens diepe basstem te horen, die als uit de verte, maar toch heel dichtbij in zijn hoofd klonk:
– Moederskindje.  Bedrieger van je vader en je broer. Je hebt nog nooit iets goed gedaan. Je kan niets. Je bent een eeuwige looser. Je bent het niet waard om te leven.
Jaco kreeg het steeds benauwder en probeerde zich los te rukken. Dat lukte een beetje, maar de donkere presentie omklemde hem weer des te sterker en werd steeds meer een tastbaar mannenlichaam, dat hem naar het leven stond. Het gezicht van de gedaante had trekken van Edo met dreigende donkere ijzig strenge ogen. Ze rolden over de grond en  de tijd telde niet meer.

Dit was menens. Jaco werd steeds bedrevener om zich los te werken. Naarmate hij zich meer inzette leek hij aan kracht te winnen en zijn tegenstander aan kracht te verliezen.  De man wist zelfs op den duur zelfs flinke klappen  toe te brengen aan zijn demonische belager. En werkelijk, er brak een moment aan, dat hij met uiterste inspanning zijn tegenstander in een nekklem kreeg.

– Laat me  los, zei de donkere gestalte.
Het ochtendgloren hulde de kamer in een onbestemd grijs.
– Wie ben je?, vroeg Jaco
– Dat is niet belangrijk. Kijk me aan.
De winnaar liet de donkere gedaante los en toen het gezicht van zijn tegenstander zich naar hem toewendde zag hij dat de ijzig strenge donkere, zelfs wrede ogen oplichtten tot een vriendelijke blik, ja zelfs vol liefde stroomden.  De hele gedaante vulde zich met licht.
–  Ik heb je kracht gevoeld en voor mij ben je mij niet meer Jaco, maar ik noem je ‘ware strijder’.
Toen kwam de zon boven de kim en vulde de kamer met fris en helder ochtendlicht. Tegelijk daarmee was  de gestalte verdwenen. Jaco voelde zich sterk, helder en krachtig.
– Misschien was die nachtelijke bezoeker wel een afgezant van de koning, dacht hij, de koning haalde soms merkwaardige streken uit om zijn onderdanen te beproeven.

Lees het eind van het verhaal: 3. Naar verzoening.